Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duos presbyteros (convicerat enim eos Daniël ex ore suo falsum dixisse testimonium) feceruntque eis sicut male egerant adversus proximum,

62. Ut facerent secundum legem Moysi: et int er fee erunt eos, et salvatus est sanguis innoxius in die illa. Deut. XIX 18, 19.

63. Heleias autem et uxor ejus laudaverunt Deum pro filia sua Susanna cum Joakim marito ejus, et cognatis omnibus, quia non esset inventa in ea res turpis.

64. Daniël autem factus est magnus in conspectu populi a die illa, et deinceps.

65. Et rex Astyages appositus est ad patres suos, et susoepit Cyrus Perses regnum ejus.

■ zich tegen de twee oudsten (want Daniël had hen uit hun eigen mond overtuigd, dat zij valsche getuigenis hadden afgelegd), en zij deden aan hen, gelijk zij slecht gehandeld hadden tegen den evenmensen,

62. om te doen naar de wet van Moses27); en zij doodden hen, en het onschuldige bloed werd gered

I op dien dag.

63. Heleias nu en zijne vrouw loofden God om hunne dochter Susanna, te zamen met Joakim, haren man, en met al de verwanten, omdat er niets schandelijks aan haar bevonden was28).

64. Daniël echter werd groot in de oogen des volks van dien dag af en daarna.

65. En koning Astyages werd verzameld tot zijne vaderen, en Cyrus, de Pers, aanvaardde diens

1 koninkrijk*8).

*■) Naar de wet der wedervergelding I van Deut XIX 18, 19 ondergingen zij de straf der steeniging, welke zij voor Susanna hadden bestemd.

*•) Door hare heldhaftige beoefening | van de kuischheid heeft Susanna in de i geschiedenis eene plaats naast den heiligen aartsvader Joseph en verwierf zij den eernaam van de kuische Susanna.

**) Dit vers staat in de Grieksche vertaling van Theodotion,in de Syrische en de Arabische vertalingen aan het begin van hoofdstuk XIV. Tot het verhaal van Susanna behoort het niet Want Daniël, die in 605 in Babylon was gekomen, was geen «jeugdige knaap» (v. 45), ook niet in den zin van noot

17, toen koning Astyages enz. Want Astyages werd door Cyrus in 550 v. Chr. overwonnen. Volgens Herodotus I 130 «deed Cyrus aan Astyages verder geen leed, en hij hield hem bij zich tot aan zijnen dood». Wellicht heeft Cyrus hem den titel van «koning der Meden» gelaten en dien eerst bij den dood van Astyages zelf aangenomen. Zie V noot 21 en VI noot 1. — De Septua-gint heeft dit bericht in VI 28; alleen verwisselt zij «Astyages» met «Darius»; zie VI noot 19. Daarom meenen sommigen, dat het volgende, met dit bericht samenhangende verhaal van «Bel en de draak» oorspronkelijk achter hoofdstuk VI gestaan heeft

Sluiten