Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dereliquerunt in non custodiendo.

11. Fornicatio, et vinum, et ebrietas auferunt cor.

12. Populus meus in ligno suo interrogavit, et baculus ejus annuntiavit ei: spiritus enim f ornicationum decepit eos, et fornicati sunt a Deo suo.

13. Super capita montium sacrificabant, et super colles accendebant thymiama: subtus quercum, et populum, et terebinthum, quia bona erat umbra ejus: ideo fornicabuntur fili» vestrae, et sponsae vestris adulterae erunt.

14. Non visitabo super filias vestras cum fuerint fornicatae, et super sponsas vestras cum adulteraverint: quoniam ipsi cum meretricibus conversabantur, et cum effeminatis sacrificabant, et populus non intelligens vapulabit.

15. Si fornicaris tu Israël, non delinquat saltem Juda: et nolite ingredi in Galgala, et ne ascenderitis in Bethaven, neque juraveritis: Vivit Dominus.

16. Quoniam sicut vacca lasciviens declinavit Israël: nunc pascet eos Dominus, quasi agnumin latitudine.

17. Particeps idolorum Ephraim, dimitte eum.

") d. i. het verstand, dat volgens de meening der Hebreërs zijn zetel in het hart had. Door die zonden verblind, vervielen zij tot de volgende ongerijmdheden.

18) Zij raadplegen het houten afgodsbeeld of wel den too ver staf, verblind door de onkuische driften, die zQ involgen.

") Naar de wijze der Chanaanieten. Zie Deut. XII 2, v.

20) Omdat de ouderen en de mannen door hun slecht voorbeeld de jongeren, vooral het zwakkere geslacht verleiden.

") de ouderen, de mannen.

") in het afgodisch heiligdom te Galgala, ten oosten van Jericho.

••) Bethaven is de schimpnaam van Bethel. Deze naam, die huis van God

den Heer hebben zij verlaten door (zijn gebod) niet te onderhouden.

11. Hoererij en wijn en dronkenschap benemen het hart17).

12. Mijn volk raadpleegt door zijn hout en zijn stok geeft het openbaringen, want de geest der hoererijen heeft hen vervoerd18) en zij hebben gehoereerd tegen hunnen God.

13. Op de toppen der bergen offerden zij en op de heuvelen brandden zij reukwerk19), onder eik en populier en terpentij nboom, omdat zijn schaduw goed was. Daarom*0) blijven uwe dochters hoereeren en uwe bruiden overspel bedrijven.

14. Niet aan uwe dochters zal Ik het bezoeken, als zij hoereeren, en niet aan uwe bruiden, als zij overspel bedrijven, dewijl zij zeiven*1) met boeleersters omgingen en met verwijfden offerden. En het volk, dat niet verstaan wil, zal zijn straf ontvangen!

15. Zoo gij hoereert, gij Israël, niet afvallig worde althans Juda! En treedt niet binnen in Galgala22) en gaat niet op naar Bethaven23) en zweert niet: Zoo waar de Heer leeft.

16. Want gelijk eene dartele koe is Israël afgeweken24). Nu zal de Heer hen weiden als een lam in de ruimte*5).

17. Deelgenoot der afgoden is Ephraim, laat het begaan26)!

beteekent, werd veranderd in Bethaven, huis van onheil, om het onwettig heiligdom van het gouden kalf. Daar dit onder den heiligen naam van God werd aangeroepen, zegt de profeet: Zweert niet enz.

") Israël heeft het juk van 's Heeren wet afgeschud en is van den weg zijner geboden afgeweken.

*) De H. Hiëronymus verklaart: God zal het volk in het uitgebreide Assyrië verstrooien en aan de willekeur zijner vijanden overleveren, gelijk een lam in de ruimte, d. i. in het open veld, van de kudde afgedwaald, de prooi wordt der wolven.

K) Laat u niet in, o Juda, met de afgoderij van het afvallige Ephraim. On-

Sluiten