Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Non dabunt cogitationes suasut revertantur ad Deum suum: quia spiritus fornicationum in medio eorum, et Dominum non cognoverunt.

5. Et respondebit arrogantia Israël in facie ejus: et Israël, et Ephraim ruent in iniquitate sua, ruet etiam Judas cum eis.

6. In gregibus suis, et in armentis suis vadent ad quaerendum Dominum, et non invenient: ablatus est ab eis.

7. In Dominum praevaricati sunt, quia filios alienos genuerunt: nunc devorabit eos mensis cum partibus suis.

8. Clangite buccina in Gabaa, tuba in Rama: ululate in Bethaven, post tergum tuum Benjamin.

9. Ephraim in desolatione erit in die correptionis: in tribubus Israël ostendi fidem.

10. Facti sunt principes Juda quasi assumentes terminum: super eos effundam quasi aquam iram meam.

11. Calumniam patiens est Ephraim,

4. Zij stellen er hunne gedachten niet op*) om terug te keeren tot hunnen God, want de geest der hoererijen is in hun midden en den Heer kennen zij niet.

5. En de onbeschaamdheid van Israël zal getuigen in zijn aangezicht en Israël en Ephraïm zullen vallen om hunne ongerechtigheid; vallen zal ook Juda met hen6).

6. Met hunne kudden en met hunne runderen zullen zij opgaan om den Heer te zoeken en zij zullen Hem niet vinden6); onttrokken heeft Hij zich aan hen.

7. Tegen den Heer zijn zijwederspannig geworden, want zij hebben vreemde') kinderen verwekt; nu zal eene maand hen met hunne aandeden verslinden8).

8. Blaast de bazuin te Gabaa, de trompet te Rama! jammert te Bethaven ! achter uwen rug, o Benjamin')!

9. Ephraïm zal ter verwoesting zijn ten dage der kastijding; tegen Israël's stammen "toon Ik mijne getrouwheid10).

10. De vorsten van Juda zijn geworden als die den grenspaal wegnemen11) ; over hen zal Ik mijne gramschap uitstorten als water.

11. Verdrukking lijdt Ephraim,

*) Hebr.: «Zij richten hunne handelingen niet in», enz. Door hunne driften verblind, hebben zij God en zijne wet vergeten.

*) Want ook in Juda werd van Salomon's tijd af zwaar gezondigd tegen de wetten van den eeredienst.

6) Wanneer het vonnis van hunnen ondergang reeds geveld is, zullen zij vergeefs pogen den Heer te verzoenen, niet door inwendige boetvaardigheid, maar door eene menigte van offers.

') d. i. van God vervreemde kinderen, die van jongs af in den afgodendienst zijn opgevoed.

8) Waarschijnlijk is de zin: binnen een korten en bepaalden tijd zullen zij met hunne aandeden, d. i. bezittingen, worden verslonden, m. a. w., zij worden binnen kort in ballingschap weggevoerd en van hunne goederen beroofd.

9) De profeet ziet den vijand reeds in aantocht. De wachters op de torens te Gabaa en te Rama, beide op eene hoogte in Benjamin, geven het ver klinkende sein van het naderend gevaar. Bethaven of Bethel, de zetel van het onwettig heiligdom, jammert om de naderende ramp. Jehova, de wreker hunner zonden, komt uit Sion (vgl. Am. I 2) om eerst Israël te tuchtigen; dattrna keert Hij zich tot Juda om ook dit rijk te straffen; daarom waarschuwt de profeet: «achter uwen rug, o Benjamin» rukt de vijand aan.

lu) m het vervullen der bedreiging reeds door Moses geboekt (Deut. XXVIII 64).

") Waarschijnlijk een spreekwoord, dat hier beteekent: zij storen zich niet aan de beperkingen en voorschriften i der wet.

Sluiten