Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Numquid rugiet leo in saltu, nisi habuerit praédam? numquid dabit catulus leonis vocem de cubili suo, nisi aliquid apprehenderit?

5. Numquid cadet avis in laqueum terra? absque aucupe? numquid auferetur laqueus de terra antequam quid ceperit ?

6. Si clanget tuba in civitate, et populus non expavescet? si erit malum in civitate, quod, Dominus non fecerit?

7. Quia non facit Dominus Deus verbum, nisi revelaverit secretum suum ad servos suos prophetas.

8. Leo rugiet, quis non timebit? Dominus Deus locutus est, quis non prophetabit ?

9. Auditum facite in sedibus Azoti, et in sedibus terra? iEgypti: et dicite: Congregamini super montes Samaria?, et videte insanias multas in medio ejus, et calumniam patientes in penetralibus ejus.

4. Zal een leeuw brullen in het woud, wanneer hij geene prooi heeft? Zal een leeuwenwelp zijne stem doen klinken uit zijn hol, wanneer hij niet iets bemachtigd heeft6)?

5. Zal een vogel vallen in den strik op den grond zonder vogelaar7)? Zal de strik worden opgenomen van den grond, voordat hij iets gevangen heeft8)?

6. Of zal de bazuin schallen in eene stad, zonder dat het volk siddert9) ? Of zal er onheil ontstaan in een stad, dat de Heer niet gewerkt heeft»)?

7. Want geen woord11) doet de Heere God, zonder dat Hij zijne verborgenheid geopenbaard heeft aan zijne dienstknechten, de profeten.

8. Brult een leeuw, wie zal niet vreezen ? Heeft de Heere God gesproken, wie zal niet profeteeren18) ?

9. Kondschapt het in de paleizen van Azotum en in de paleizen van Egypteland13); en zegt: Verzamelt u op de bergen van Samaria14), en ziet de vele dwaasheden15) in zijn midden, en die verdrukking lijden in zijn binnenste.

*) Gelijk de leeuw, wanneer hij prooi heeft, door zijn gebrul de schrik is voor de dieren, zoo weerklinkt het brullen van Gods toorn (I 2) in het waarschuwend woord van den profeet; het wraakgericht is dus aanstaande. En dat die bedreiging geen ij del woord is, blijkt nog meer uit de volgende vergelijking.

') Hebr.: «zonder dat de strik gespannen is».

8) De strik is het onheil, dat niet toevallig, maar door Gods beschikking op Israël zal neerkomen en waaraan zij op geene wijze zullen ontsnappen.

9) Zou dan Israël ongevoelig blijven, nu het dreigwoord van den profeet, de bazuin van den vertoornden God, tot boete en heilige vreeze vermaant ?

10) Israël weet bij ondervinding, dat elk onheil geschiedt door Gods beschikking of toelating.

") Woord beteekent hier, gelijk het Hebr. dabar, zaak of ding. De zin is:

de komende straffen Het God door zijne vertrouwelingen, de profeten, voorzeggen, opdat het volk door bekeering die straffen zou Afwenden. Mocht Israël ook thans luisteren naar de waarschuwing van den profeet!

") Door deze vraag verklaart Amos de vrijmoedigheid, waarmede hij met zijne bedreigingen voor Israël optreedt: God heeft hem dit gelast.

19) God beveelt den profeet de paleisbewoners van de Phihstijnsche stad Azotum en van Egypte, die tot hunne schade zoo dikwerf getuigen waren van Gods wonderdaden ter gunste van Israël, thans op te roepen tót getuigen van het bederf van Samaria's overheid.

") Op de bergen rondom Samaria, op Ebal en Garizim. Van daar kunnen zij zien, wat schouwspel van ongerechtigheid die stad vertoont.

") Of zonden. Hebr.: «de geweldige beroeringen» van recht en orde door verdrukking der armen.

Sluiten