Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT V. HOOFDSTUK V.

De derde strafrede (V—VI) begint met een klaaglied over Israël (v. 1—8), ten ondergang gedoemd wegens afgoderij (v. 4—7) en vele ongerechtigheden /„. 8—13)> Verstokt in de boosheid durft het verlangen naar den 'dag des Heeren; zijne ballingschap is aanstaande (v. 14—27).

1, Audite verbum istud, quod ego 1. Hoort dit woord, een klaaglied,

levo super vos planctum. Domus dat ik over u aanhef1)! Het huis

Israël Lidit, et non adjieiet ut JS^C^^ resurgat. . _ .

2 Vinro Israël projecta est in ter- 2. De jonkvrouw van Israël») is

ram suam, non est qui suscitet neergeworpen op haren grond; me-

_ ' mand is er, die haar opricht, eam. „ ~ ,

3 Quia haac dicit Dominus Deus: 3. Want dit zegt de Heere God: Urbs, de qua egrediebantur mille, De stad, waaruit er duizend uitrelinquent|r m«ea centum: et de & qua egrediebantur centum, relin- ^trokken, tién zullen in haar quentur in ea decem m domo Israël. overl)lijven in het huis Israël8).

4 Quia hfflo dicit Dominus domui 4. Want dit zegt de Heer aan het Israël: Qua;rite me, etvivetis. huls Israël'): Zoekt Mij, en gij zult

leven5).

5. Et nolite quaerere Bethel, et in 5. En zoekt toeh Bethel met. en

Galgalam nolite intrare, et in Ber- gaat toch niet binnen in Galgala8),

captiva ducetur, et Bethel erit gev0|rd8) en Bethel zal niets- .

inutilis. waardig zijn8).

6 Qmerite Dominum, et vivite: ne 6. Zoekt den Heer, en leeft10); opdat

forte oomburatur ut ignis domus het huis Joseph11) welncht niet bran-

') Een klaaglied over den val van zegt dei profeet trekt niet door. Reeds

Israël? Duidelijker in den grondtekst: ten tijde van Abraham was het eene

«ik hef over u een klaaglied aan, huis aan God gewijde plaats (vgl. Gen. XXI

T^osif opvallen is het» enz. 33), doch later werd net uitgekozen tot

I%aaLeSrlfkf de jonlcvrouw Israël. ze& van een afgodisch heidom Geweslen en steden worden in de 8) Die door afgoderij ontheiligde

H Schrift jonkvrouw geheeten. Israël, plaatsen zullen met hunne heibgdom-

mans door bloei en welvaart aan eene men verwoest worden In het Hebr.

jonkvrouw gelijk, zal weldra door de eene woordspeling: «Gilgal galoh igleh»,

AssvriërsT onteerd en van allen tooi Gilgal of de rplstad zal wegrollen. hprnnfd worden *) In het Hebr- eene woordspeling:

») Het aantal krijgsvolk zal in iedere Bethaven (zooals Bethel ook met verstad worden verminderd tot den tienden achting. genoemd werd: zie Osee IV man Dit geschiedde bij de verwoes- noot 21) zal een «aven.zijn, d. i. te tine van het rijk door de Assyriërs. niet gaan.

"f De oorzaak van dien diepen val ") Zoo vermaande de Heer zijn volk

was afval van God. zonder ophouden.

') Zoekt, d. i. vereert en gehoorzaamt ") Het rijk van Israël, elders het rijk

Mii en eii zult hier enTiiernamaals van Ephraim genoemd (Zie Osee IV

gelukkig zijn. noot 26>> hw, naar Ephraim's

6) Zie Osee IV noot 22 en 23. vader, het huis Joseph.

*) In het Zuiden van Juda, daarom

Sluiten