Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Et misit Amasias sacerdos Bethel ad Jeroboam regem Israël, dicens: Rebellavit contra te Amos in medio domus Israël: non poterit terra sustinere universos sermones ejus.

11. Htec enim dicit Amos: In gladio morietur Jeroboam, et Israël captivus migrabit de terra sua.

12. Et dixit Amasias ad Amos: Qui vides, gradere, fuge in terram Juda: et comede ibi panem, et prophetabis ibi.

13. Et in Bethel non adjicies ultra ut prophetes: quia sanctificatio regis est, et domus regni est.

14. Responditque Amos, et dixit ad Amasiam: Non sum propheta, et non sum filius propheta?: sed armentarius ego sum vellicans sycomoros.

15. Et tulit me Dominus cum sequerer gregem: et dixit Dominus ad me: Vade propheta ad populum meum Israël.

16. Et nunc audi verbum Domini: Tu dicis: Non prophetabis super

10. En Amasias, de priester van Bethel, zond tot Jeroboam, den koning van Israël, en liet hem zeggen: In opstand tegen u is Amos te midden van het huis Israël ; het land kan al zijne woorden niet verdragen18).

11. Want dit zegt Amos: Door het zwaard zal Jeroboam sterven14), en Israël zal gevangen heentrekken uit zijn land.

12. En Amasias sprak tot Amos: Ziener, ga, vlied naar het land Juda; en eet daar het brood en daar moogt gij profeteeren18)!

13. En te Bethel zult gij voortaan niet meer profeteeren, want het heiligdom des konings is het, en het huis des rijks is het18).

14. En Amos antwoordde17) en sprak tot Amasias: Et ben geen profeet, en ik ben geen profetenzoon18); maar een herder ben ik, die wilde vijgen kneed19).

15. En de Heer heeft mij genomen, toen ik achter de kudde Êep; en de Heer sprak tot mij: Ga, profeteer voor mijn volk Israël80).

16. En nu hoor het woord des Hoeren. Gij zegt: Niet profeteeren

de ondergang van dit koninklijk huis was het begin der omwentelingen, die eindigden met den ondergang van den Israëlietischen staat.

") De opperpriester van Bethel klaagde Amos aan bij den koning, alsof hij door zijne prediking voor het rijk gevaarlijk was.

") Uit de vergelijking met v. 9 blijkt, dat Amasias door laster de gramschap des konings tegen Amos wil opwekken.

") Ziener werd de profeet geheeten om zijne profetische gezichten. De zin is: In uw eigen land moogt gij uwen kost verdienen met profeteeren.

") De zin is: In Bethel, het heiligdom van Israël's koning (III Reg. XII 28), is niemand wettig priester of profeet dan door de aanstelling des konings; in het huis des rijks, d. i. in den hoofdzetel van Israël's eigen godsdienst, kan niemand gedula worden,

die zich tegen dien godsdienst verzet. Zoover was het volk van Israël van zijnen God afgeweken!

") Amos handhaaft onverschrokken zijn goddelijke zending.

") Niet door eigen keuze noch door voorafgaand onderricht ben ik profeet geworden. Profetenzoon was de naam van hem, die als leerling de lessen en onderrichtingen van een profeet volgde.

1B) Of liever, volgens de Septuagint, een geiten- en schapenhoeder, wat ook de grondtekst in v. 15 te kennen geeft. Volgens gewoonte der herders voedde hij zich met het voedsel der armen, met wilde vijgen, die door kneden en persen eenigszine bruikbaar werden.

") De profeet wil zeggen: God heeft mij geroepen om in Israël te profeteeren en geene menschelijke macht is in staat mij dit te beletten,

Sluiten