Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Ecce dies veniunt, dicit Dominus: et mittam famem in terram: non famem panis, neque sitim aquae, sed audiendi verbum Domini.

12. Et commovebuntur a mari usque ad mare, et ab aquilone usque ad orientem: circuibunt quaerentes verbum Domini, et non invenient.

13. In die illa deficiënt virgines pulchrae, et adolescentes in siti.

14. Qui jurant in delicto Samaria), et dicunt: Vivit Deus tuus Dan: et vivit via Bersabee, et cadent, et non resurgent ultra.

11. Zie, dagen komen, zegt de Heer, en zenden zal Ik eenen honger over het land, niet eenen honger naar brood, noch eenen dorst naar water, maar naar het hooren van het woord des Heeren15).

12. En zij zullen in onrust verkeeren van de zee tot de zee en van het noorden tot het oosten; zij zullen omzwerven, zoekende het woord des Heeren, en zij zullen het niet vinden18).

13. Te dien dage zullen de schoone jonkvrouwen en de jongelingen verkwijnen van dorst,

14. zij, die zweren bij het misdrijf van Samaria17) en spreken: Zoo waar uw god van Dan leeft! en: bij den weg naar Bersabee18)! en zij zullen vallen en niet meer opstaan.

CAPUT IX.

HOOFDSTUK IX.

Vijfde gezicht. De ondergang van Israël (v. 1—6). Slotwoord: de'herstelling van den troon en het rijk van David (v. 7—15).

1. Vidi Dominum stantem super altare, et dixit: Percute cardinem, et commoveantur superliminaria:

1. Ei zag den Heer staan boven het altaar1), en Hij sprak: Sla de hengselduimen en dat de boven-

van zwaren rouw. Vgl. Is. III 24; XV 2. Ik tal haar, d. i. de aarde (zie v. 9) of het land van Israël, doen treuren als eene moeder over haren eeniggeboren zoon. Het einde van dit land en dit volk zal rampzalig zijn. Dit wordt verklaard in v. 11 en 12.

u) De hongersnood zal niet alleen lichamelijk (zie IV 6), maar ook geestelijk zijn. Er zal een tijd komen, dat zij met vurigheid zullen verlangen naar het thans door hen verachte woord des Heeren. Maar om hen te straffen voor het verjagen der profeten (zie VII 12) zal God weigeren, hun door zijne profeten raad en troost te geven. Honger en dorst zijn hier beelden, welke de vurigheid van hun verlangen uitdrukken.

'6) Dit vers schildert nog levendiger de vurigheid hunner begeerte naar Gods woord. Dit woord vergeefs zoekende, zullen zij in onrust verkeeren

van de Middellandsche zee tot de Doode zee en omzwerven door gansch hun land.

JI) Jonkvrouwen en jongelingen, de hoop der natie, zullen wegens den lichamelijken en geestelijken dorst omkomen, omdat zij zweren bij, d. i. godsdienstig vereeren, het gouden kalf, dat, door de koningen van Samaria te Bethel en te Dan opgericht, het misdrijf van Samaria heet.

") d. i. Bij de bedevaart naar het heiligdom van Bersabee. Zoo zweren thans de Mahomedanen bij de bedevaart naar Mecca.

') In dit laatste gezicht ziet Amos den tempel in puinen neervallen op het verzamelde volk en allen, die den dood ontkwamen, door het zwaard geveld worden. Het altaar van Bethel.

Sluiten