Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

quos salvaveris, in gladium dabo.

15. Tu seminabis, et non metes: tu calcabis olivam, et non ungeris oleo: et mustum, et non bibes vinum. Deut. XXVIII 38; Agg. I 6.

16. Et custodisti praecepta Amri, et omne opus domus Achab: et ambulasti in voluntatibus eorum, ut darem te in perditionem, et habitantes in ea in sibilum, et opprobrium populi mei portabitis.

grijpen en niet redden; en die gij gered zult hebben, sal Et aan het zwaard prijsgeven.

15. Gij zult zaaien en niet oogsten; gij zult de olijf persen en u niet zalven met de olie; en den most (persen) en niet drinken van den wijn.

16. En gij hebt onderhouden de voorschriften van Amri en al het bedrijf van Aohab's huis; en gij hebt gewandeld naar hunne wenschen, opdat Et u prijs zou geven aan de verdelging, en de inwoners daarbinnen aan het gesis, en den smaad van mijn volk zult gij dragen18).

CAPUT VII.

HOOFDSTUK VII.

^sLT^n^V^j^ (V- *-6)- V^osting door de hoop op herstel (v. 7—10), dat voltooid zal worden door den Messias (v. 11—17) in trouw en barmhartigheid (■». 18—20).

1. Va mihi, quia factus sum sicut qui colligit in autumno racemos vindemi®: non est botrus ad comedendum, praecoquas ficus desideravit anima mea.

2. Periit sanctus de terra, et rectus in hoininibus non est: omnes in sanguine insidiantur, vir fratrem suum ad mortem venatur.

3. Malum manuum suarum dicunt bonum: princeps postulat et judez in reddendo est: et magnus locutus

^ Jerusalem had het goddelooze voorbeeld gevolgd van Israël's koningen, van Amri (IH Reg. XVI25) en van zijnen zoon Achab (ifl Reg. XVI 801 wiens dochter Athalia haren gemaal Joram verleid had, om de afgoderij van Israël in Juda te bevorderen (vin IV Reg. VIII 18). Opdat: dit deed Jerusalem, de goddelijke wraak als het ware uitdagend. Daarom zal dit geslacht het uitjouwend gesis en den <maad de vernederende straf, dragen,

1. Wee mij! want ik ben geworden geüjk bij, die in den herfst trossen naleest van den wijnoogst: geen druif is er te eten, haar vroegrijpe vijgen dorstte (mijne ziel1).

?' ,Verdwenen is de heilige uit het land, en een rechtschapene onder de menschen is er niet8); allen loeren zij op bloed, de man achtervolgt zijnen broeder tot den dood. 3. Het kwaad hunner handen noemen zij goed; de vorst eischt en de rechter is veil en de groote

die Gods volk door zijne zonden diend heeft.

v.?u P*0??** Haagt over de onvruchtbaarheid van zijnen arbeid. Zoo groot is het getal goddelooze Israëlieten, dat hg als het ware vergeefs zoekt naar iemand, die naar hem luistert. Vroegrijpe vijgen waren sappiger en fijner van smaak; vgl. Osee IX 10

i> \ ZilJPB-J?1* 2 dezelfde hyperbolische uitdrukking. ,F

Sluiten