Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

narum, et acervi salis, et desertum usque in aeternum: reliquiae populi mei diripient eos, et residui gentis meae possidebunt illos.

10. Hoe eis eveniet pro superbia sua: quia blasphemaverunt, et magnificati sunt super populum Domini exercituum.

11. Horribilis Dominus super eos, et attenuabit omnes deos terras: et adorabunt eum viri de loco suo, omnes insulae gentium.

12. Sed et vos ^Ethiopes interfecti gladio meo eritis.

13. Et extendet manum suam super aquilonem, et perdet Assur: et ponet speciosam in solitudinem, et in invium, et quasi desertum.

14. Et accubabunt in medio ejus greges, omnes bestiae gentium: et onocrotalus, et ericius in liminibus ejus morabuntur: vox cantantis in fenestra, corvus in superliminari,

als Gomorrha: eene doornheide en zouthoopen en eene woestijn voor eeuwig; de overblijfselen van mijn volk zullen hen uitplunderen en het overschot van mijn geslacht zal hen bezitten9).

10. Dat zal hun overkomen voor hunne hoovaardij, omdat zij geschimpt en zieh verheven hebben tegen het volk van den Heer der heerscharen.

11. Vreeselijk zal de Heer over hen zijn en Hij zal doen uitteren alle goden der aarde; en Hem zullen aanbidden, een ieder van zijne plaats uit, alle eilanden der volken*0).

12. Maar ook gij, Ethiopiërs, verslagenen door mijn zwaard zult gij zijn11)!

13. En Hij zal zijne hand uitstrekken over net noorden en Assur verderven; en Hij zal de Schoone maken tot eene wildernis en tot onbegaanbaar land en als eene woestijn18).

14. En legeren zullen in zijn midden kudden, al de dieren der volken, en pelikaan en egel zullen bij zijne deurdrempels verwijlen; de stem van den zanger in het ven-

") Het wraakgericht over Sodoma enz., meermalen in de H. Schrift tot een schrikwekkend voorbeeld gesteld (vgl. Deut. XXIX 23; Is. XIII 19; Jer. XLIX 18 enz.), wordt hier te eerder vermeld, omdat Moab en Ammon aan de Doode Zee woonden en bijgevolg de gevolgen van dat gericht voor oogen hadden. De zouthoopen aan de Doode Zee waren het tastbaar bewijs der onvruchtbaarheid van die eertijds vruchtbere landstreek. Zoo ook zal het land van Moab en Ammon deels eene met doornen begroeide wildernis, deels eene onvruchtbare woestijn worden. Met nadruk zegt de profeet, dat aan de overblijfselen, het overschot van zijn volk, het land der heidenen in bezit zal gegeven worden; want eerst moet ook zijn volk Gods strafgericht ondergaan. Zie Abd. noot 20.

10) Doen uitteren, d. i. de onmacht en de nietigheid der afgoden aan den dag

brengen en ze uitroeien. Dit zal vooral geschieden door de uitbreiding van het Rijk van den Messias, waarvan de profeet hier duidelijk spreekt. Immers de aanbidding van Jehova, waaronder ook de uitwendige eeredienst is begrepen, door alle eilanden, d. i. door de volleen in het verre Westen (vgl. Is. XL 15), en wel door een ieder van zijne plaats uit, bewijst genoegzaam, dat de Mosaïsche eeredienst, die aan het ééne heiligdom van Jerusalem was verbonden, zal hebben plaats gemaakt voor het algemeene Rijk van den Messias.

") De Ethiopiërs staan als vertegenwoordigers van het verre Zuiden gelijk bij Ezech. XXXVHI 5; vgl. Is. XVIII1. Het zwaard des Heeren zijn de door God afgezonden Chaldeërs; vgl. Jer. XXV 9, 11.

") Zie I noot 3. De Schoone, Hebr.: «Ninive».

Sluiten