Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pascentur, et accubabunt, et non erit qui exterreat.

14. Lauda filia Sion: jubila Israël: laetare, et exsulta in omni corde filia Jerusalem.

15. Abstulit Dominus judicium tuum, avertit inimicos tuos: rex Israei Dominus in medio tui, non timebis malum ultra.

16. In die illa dicetur Jerusalem: Noli timere: Sion, non dissolvantur manus tuae.

17. Dominus Deus tuus in medio tui fortis, ipse salvabit: gaudebit super te in laetitia, silebit in dilectione sua, exsultabit super te in lande.

18. Nugas, qui a lege recesserant, congregabo, quia ex te erant: ut non ultra habeas super eis opprobrium.

19. Ecce ego interficiam omnes, qui afflixerunt te in tempore illo: et salvabo claudicantem: et eam, quae ejecta fuerat congregabo: et ponam eos in laudem, et in nomen, in onini terra confusionis eorum.

1S) Het volk van dit Rijk Gods zal het tegendeel zijn van het toenmalige, Jerusalem: een arm en nederig en daarom op God alleen betrouwend volk, een heilig volk, dat onder de hoede van den goddelijken herder veilig is.

") De dochter Sion (zie Is. I 8), Jerusalem, is hier het geestelijke Israël, de Kerk van Christus; de profeet wekt haar op tot overvloedige vreugde, omdat haar schuldenlast door God is weggenomen en Jehova, als koning in haar midden, haar beschermt.

") Van moedeloosheid.

") De sterke, Hebr.: «een held», de titel van den Godmensch volgens Is. IX 6, machtig om u te helpen. In de liefde tot zijne bruid, de H. Kerk, vindt Hij zijne vreugde, gelijk een bruidegom aan zijne bruid; Hij zwijgt, d. i. vindt zijne voldoening in het stil beschouwen en genieten van het voorwerp zijner

worden gevonden; want zij zullen weiden en legeren, en niemand zal er zijn, die hen verstoort1*).

14. Zing lof, dochter Sion! Jubel, Israël! Verheug u en juich van ganscher harte, dochter Jerusalem!

15. Weggenomen heeft de Heer uw gericht, afgewend heeft Hij uwe vijanden; koning van Israël is de Heer in uw midden, geen kwaad zult gij meer vreezen1*). .

16. Te dien dage zal men tot Jerusalem zeggen: Wil niet vreezen! Sion, laat niet slap worden uwe handen15)!

17. De Heer, uw God, is in uw midden, de sterke, Hij zal redden; verheugen zal Hij zich over u in olijdschap, zwijgen zal Hij infeijne liefde, juichen zal Hij over u in jubel16)!

18. De lichtzinnigen, die van de wet waren afgeweken, zal Ik verzamelen , want uit u waren zij; opdat gij voortaan over ken geen schande meer hebben zult17).

19. Zie, Ec zal dooden al die u verdrukt hebben te dien tijde; en Ik zal redden het kreupele, en wat uitgeworpen was zal Ik verzamelen; en Ik zal hen stellen tot lof en tot roem in het gansche land hunner schande,

liefde, en in de overmaat zijner vreugde ontboezemt Hij zijne liefde in juichen en jubelen. Die liefde Gods werd ons in net werk der Menschwording eerst ten volle geopenbaard.

") De lichtzinnigen uit Israël, die niet uit boosheid van de wet waren afgeweken, zal Hij in zijn Rijk verzamelen; dit bedoelde misschien de H. Hiëronymus, die, volgens zijn eigen getuigenis, het Hebr. nugê (d. i. treurenden) opzettelijk onvertaald liet om het gelijkluidende Latijnsche nugae. Volgens den grondtekst: «De treurenden verre van de bijeenkomst (d. i. die in de ballingschap treuren, omdat zij op de feestdagen de plechtige bijeenkomsten niet kunnen vieren) zal Ik verzamelen (tot het volk Gods); voorwaar de uwen zijn zij (d. i. ware Israëlieten); op hen drukt de smaad» der vernedering van Gods volk.

Sluiten