Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De profetie van Aggeüs.

INLEIDING.

"cT

De profeet Aggeüs (Hebr. Haggai) bevorderde met zijnen tijden ambtgenoot Zacharias (I Esdr. V 1; VI 14) het herbouwen van Jerusalem's tempel. Hiermede hadden de ballingen van Juda reeds in het tweede jaar na hunnen terugkeer onder Cyrus een begin gemaakt. Spoedig echter was toen dit werk gestaakt. De tegenwerking der Samaritanen (I Esdr. IH 3; IV 4, 5), de geringe hulpmiddelen, welke hun ten dienste stonden, en vooral de zorg voor eigen woning en levensonderhoud waren oorzaak, dat de eerste ijver weldra verkoelde en het werk geheel en al stilstond. Daarom verwekte God in het tweede jaar van koning Darius (520 v. Chr.) de profeten Aggeüs en Zacharias, die den ijver van het volk door hunne prediking opwekten, zoodat in hetzelfde jaar het groote werk van den tempelbouw met nieuwen ijver begonnen en reeds vier jaren later voltooid werd.

De korte inhoud der prediking, welke Aggeüs in de 6e, T en 9' maand van het tweede jaar van Darius tot het volk en zijne hoofden heeft gehouden, bleef bewaard in de vier profetieën van dit geschrift, welke alle op den tempelbouw betrekking hebben en door den profeet eigenhandig zijn opgeteekend. De eerste bestraft de nalatigheid van het volk, dat den tempelbouw ontijdig achtte (I 2—14). De tweede moedigt

Sluiten