Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Et nunc haec dicit Dominus exercituum: Ponite corda vestra super vias vestras.

6. Seminastis multum, et intulistis parum: comedistis, et non estis satiati: bibistis, et non estis inebriati: operuistis vos, et non estis calefacti: et qui mercedes congregavit, misit eas in sacculum pertusum. Deut. XXVIII38; Mich. VI15.

7. Haec dicit Dominus exercituum: Ponite corda vestra super vias vestras :

8. Ascendite in montem, portate ligna, et aedificate domum: et acceptabilis mihi erit, et glorifiCabor, dicit Dominus.

9. Respexistis ad amplius, et ecce factum est minus: et intulistis in domum, et exsufflavi illud: quam ob causam, dicit Dominus exercituum? quia domus mea deserta est, et vos festinatis unusquisque in domum suam.

10. Propter hoe super vos prohibiti sunt coeli ne darent rorem, et terra prohibita est ne daret germen suum:

11. Et vocavi siccitatem super terram, et super montes, et super triticum, et super vinum, et super oleum, et quaecumque profert humus, et super homines, et super jumenta, et super omnem laborem manuum.

12. Et audivit Zorobabel filius Salathiel, et Jesus filius Josedec sacerdos magnus, et omnes reliquiae populi vocem Domini Dei sui, et

*) d. i. Overweegt eens goed, wat u overkomen is.

*) De bedreiging der wet (Deut. XxVm 38) was om hunne nalatigheid in vervulling gegaan.

*) De zin is waarschijnlijk: Door mijne weldaden aan u zal mijne macht en goedheid openbaar worden.

*) Het Weinige, dat gij in uwe schu-

5. En nu, dit zegt de Heer der heerscharen: Vestigt uwe harten op uwe wegen3).

6. Gij hebt veel gezaaid en weinig ingebracht; gij hebt gegeten en zijt niet verzadigd; gij hebt gedronken en zijt niet voldaan; gij hebt u gekleed en zijt niét verwarmd; en wie loon verzamelde, wierp het in een doorboorden buidel*).

7. Dit zegt de Heer der heerscharen: Vestigt uwe harten op uwe wegen.

8. Gaat op naar het gebergte, brengt hout aan en bouwt net huis; en het zal Mij welgevallig zijn, en Ec zal verheerlijkt worden5), zegt de Heer.

9. Gij zaagt meer te gemoet en zie, het werd minder; en gij bracht het in huis, en Ec heb het weggeblazen6). Om welke reden? zegt de Heer der heerscharen. Omdat mijn huis woest ligt en gij u spoedt een ieder naar zijn eigen huis7).

10. Daarom zijn over u de hemelen weerhouden dauw te geven, en is de aarde weerhouden hare vrucht te geven.

11. En Ec riep droogte8) over het land en over de bergen en over de tarwe en over den wijn en over de olie en over alles, wat de grond voortbrengt, en over de menschen en over het vee en over al den arbeid der handen.

12. Toen hoorden Zorobabel, zoon van Salathiël, en Jesus, zoon van Josedec, de hoogepriester, en al de overblijfselen des volks9) naar de

ren hadt ingezameld, ging verloren, als weggeblazen door mijne verbolgenheid.

■) Omdat gij, ij verig in de weer voor uwe bijzondere belangen, den tempelbouw verwaarloost.

") Droogte, Hebr. chóreb, eene woordspeling met ohireb, woest (v. 9).

•) Het kleine getal der teruggekeerde ballingen.

Sluiten