Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

quarta noni mensis: a die, qua fundamenta jacta sunt templi Domini, ponite super cor vestrum.

20. Numquid jam semen in germine est: et adhuc vinea, et ficus, et malogranatum, et lignum olivae non fioruit? ex die ista benedicam.

21. Et factum est verbum Domini secundo ad Aggaeum in vigesima et quarta mensis, dicens:

22. Loquere ad Zorobabel ducem Juda, dicens: Ego movebo ccelum pariter et terram.

23. Et subvertam solium regnorum, et conteram fortitudinem regni gentium: et subvertam quadrigam, et ascensorem ejus: et descendent equi, et ascensores eorum: vir in gladio fratris sui.

24. Li die illa, dicit Dominus exercituum, assumam te Zorobabel fili Salathiel serve meus, dicit Dominus: et ponam te quasi signaculum, quia te elegi, dicit Dominus exercituum. Eccli. XUX 13.

") Thans vestigt de profeet hunne aandacht op den zegen, dien God hun verleende, sinds de hand aan het werk was geslagen. Door de grondslagen bedoelt de profeet de eerste steenlagen, die op de reeds onder Cyrus gelegde grondslagen waren opgetrokken.

") Hoewel dus geen mensch natuurlijkerwijze kon voorspellen, hoedanig de oogst zijn zou, beloofde toch de profeet, door God verlicht, zegen, d. i. een rijken oogst. Volgens den grondtekst zien v. 19 en 20 nog op het verleden: er was geen graan in de schuur en geenerlei vruchtboom had gedragen, voordat men begonnen was aan den tempel te .bouwen; maar van nu af belooft God zegen.

19) De ifieuwe tempel was eene voorafbeelding van het herstelde Rijk Gods, waarover, volgens II Reg. VII 12—16, de Zoon van David in eeuwigheid zal heerschen. Deze nog altijd geldige be¬

den vier en twintigsten dag der negende maand, van den dag, waarop de grondslagen gelegd zijn van den tempel des Heeren"); legt het op uw nart:

20. - Is het zaad reeds aan het kiemeri ? En de wijnstok en de vijgeboom en de granaatappelboom en de olijfboom nebben immers nog niet gebloeid? Van dezen dag af zal Ei zegenen18).

21. En het woord des Heeren is ten tweeden male geschied tot Aggeüs op den vier en twintigsten der maand, zeggende:

22. Spreek tot Zorobabel, den landvoogd van Juda19), en zeg: Et zal den hemel beroeren zoowel als de aarde.

23. En omverwerpen zal Dc den troon der koninkrijken, en vertrappen zal Ik de sterkte van het rijk der volken; en omverwerpen zal Ec het vierspan en zijnen berijder; en neervallen zullen de paarden en hunne berijders, een ieder door het zwaard van zijnen broeder80).

24. Te dien dage, spreekt de Heer der heerscharen, zal Ec u nemen, Zorobabel, zoon van Salathiel, mijn dienstknecht, zegt de Heer; en Ec zal u stellen als eenen zegelring, want u heb Ec uitverkoren, zegt de Heer der heerscharen91).

lofte wil God aan Zorobabel, den nazaat van David, in herinnering brengen.

*°) De profeet bedoelt den val der wereldrijken, die, volgens Dan. II 44, net Rijk van den Messias zal voorafgaan en voorbereiden.

,l) U nemen, d. i. u in uw geslacht, waaruit de Messias zal voortkomen, op bijzondere wijze beschermen (vgl. Deut. IV 20). Als eenen zegelring, dien men aan de hand droeg en met zorg bewaarde ten teeken zijner waardigheid; zóó zal God den nazaat van David eeren en beschutten (vgl. Eccli. XLIX 13). Jechonias, zijn grootvader, werd door God «als een zegelring van zijne hand weggeworpen» (Jer. XXII24); doch Zorobabel wordt weder uitverkoren om den tempel te herbouwen en het Godsrijk te herstellen, dat voltooid zal worden door den Messias, den Zoon van David, dien Zorobabel voorbeduidt en wiens voorvader bij was (Matth. I 12).

Sluiten