Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Et ecce talentum plumbi portabatur, et ecce muiier una sedens in medio amphorae.

8. Et dixit: Hsec estimpietas. Et projecit eam in medio amphorse, et misit massam plumbeam in os ejus.

9. Et levavi oculos meos, et vidi: et ecce duae mulieres egredientes, et spiritus in alis earum, et habebant alas quasi alas milvi: et levaverunt amphoram inter terram, et ccelum.

10. Et dixi ad Angelum, qui loquebatur in me: Quo istae deferunt amphoram? ,

11. • Et dixit ad me: Ut aedificetur ei domus in terra Sennaar, et stabiliatur, et ponatur ibi super basem suam.

7. En zie, een looden gewicht werd opgeheven7), en zie, ééne vrouw, midden in de vaas gezeten.

8. En hij zeide: Deze is de goddeloosheid. En hij wierp haar neder midden in de vaas en legde den looden klomp op haren mond8).

9. En ik hief mijne oogen op en ik zag: en zie, twee vrouwen traden te voorschijn, en de wind was in hare vleugelen, en zij hadden vleugelen als de vleugelen van een koningswouw; en zij droegen de vaas omhoog tusschen de aarde en den hemel9).

10. En ik zeide tot den engel, die in mij sprak: Waarheen voeren dezen de vaas weg?

11. En hij zeide tot mij: Opdat haar een huis gebouwd worde in het land Sennaar en het gevestigd worde, en zij daar worde nedergezet op hare standplaats10).

Num. XI 7; vgl. Ezech. I 4, 16. Duidelijker is de zin naar de lezing, welke de Septuagint en de Syr. vertaling volgen: «Dat is (of bevat) hunne schuld», d. ï. de zonden der bewoners, «In het gansche land»; al hunne zonden zijn, als graankorrels in de epha, bijeengegaard om gezamenlijk gewroken te worden op den dag des Heeren.

') Het deksel der vaas, een looden klomp (v. 8), werd even opgeheven om den profeet den inhoud der vaas te toonen.

•) Verontwaardigd slingert de engel haar terug, opdat zij niet ontsnappe. Op haren mond, d. i. op de opening der vaas; zij wordt goed dichtgesloten, opdat de goddeloosheid het land niet andermaal bezoedele.

8) De engel toont hem nu, dat in

het land des Heeren, in het Rijk Gods, geene plaats is voor de zonde; daarom wordt de vrouw uit dat land verwijderd en ver weggevoerd naar het land van Gods vijanden. De vleugelen van een koningswouw, d. i. vleugelen van ongewoon groote afmeting, Hebr. «ooievaarsvleugelen», wijl het een tocht geldt naar verre streken; daarom ook was de wind in hare vleugelen, d. i. gunstig.

10) Het land Sennaar herinnert aan Gen. X 10, XI 2, aan het van oudsher Gode vijandige rqk metzijnehoofdstad Babel, die volgens Ezech. XVTI 4 het middelpunt was van den onrechtvaardigen handel. Zoo ook zullen de zondaars eenmaal buiten het Rijk Gods verwijderd en voor altijd opgesloten worden binnen de plaats, die voor Gods vijanden bestemd is.

Sluiten