Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT IX.

HOOFDSTUK IX.

Gericht over de heidensche naburen (v. 1-8). De vreedzame koning van Sion (v. 9—10). Verlossing en zegening van Israël (v. li—U).

1. Onus verbi Domini in terra Hadrach, et Damasci requiei ejus: quia Domini est oculus hominis, et omnium tribuum Israël.

2. Emath quoque in terminis ejus, et Tyrus, et Sidon: assumpserunt quippe sibi sapientiam valde.

3. Et aedifieavit Tyrus munitionem suam, et ooacervavit argentum quasi humum, et aurum ut lutum platearum.

4 Eece Dominus possidebit eam, et pereutïet in mari fortitudinem ejus, et hsec igni devorabitur.

5. Videbit Asealon, et timebit: et Gaza, et dolebit nimis: et Accaron, quoniam confusa est spes ejus: et poribit rex de Gaza, et Ascalon non habitabitur.

6. Et sedebit separator in Azoto,

1. Last van het woord des Heeren op het land van Hadrach en van Damascus, zijne rustplaats1) — want de Heer houdt een oog op den mensch en op alle stammen van Israël ^ —

2. Ook Emath binnen de grenzen daarvan8), en Tyrus en Sidon: zij toch beeldden zich zeer veel wijsheid in4). , . ,

3. En Tyrus heeft zich een bolwerk gebouwd en het heeft zilver opgehoopt als zand en goud als slijk der straten5).

4 Zie, de Heer zal het in bezit nemen en Hij zal diens sterkte6) neerslaan in de zee, en het zal door vuur verteerd worden.

5. Ascalon zal het zien en het zal vreezen; ook Gaza en het zal overgroote smart hebben; ook Accaron, want beschaamd werd zijne hoop; en vergaan zal de koning uit Gaza, en Ascalon zal niet bewoond blijven7).

6. En de scheider zal zetelen te

>) Derde deel; zie Inleiding. Last, d. ï. onheilspellende profetie (vgl. Nah. I 11 van het woord, eene verklarende toevoeging: de last, die wordt uitgevaardld, is het woord des Heeren; die last heeft zijne rustplaats in genoemde steden, m. a. w. op, haar zal hët voorspelde wraakgericht in al zijne zwaarte drukken. Hadrach, een landschap in Syrië, is vermoedelijk het in de Assyrische oorkonden genoemde Hatarika. Tegen Damascus, de hoofdrad van Syrië, hadden Amos,(1 3), Isaias (XVII) en Jeremias (XLIX 2<J)

g<^r°Eenerredengevende tusschenzin: Gods woord bedreigt Syrië, omdat zijn oog, zijne voorzienigheid, waakt over den mensch, het menschelijk geslacht, zonde en onrecht straft, en inzonder¬

heid de stammen van Israël tegen hunne vijanden beschermt.

*) Ook Emath, eene stad aan de rivier Orontes, ligt evenals Tyrus en Sidon, binnen de grenzen van het gebied, waarop het woord des Heeren straffend neerkomt. _

*) Steden van Phenicie, die zien op hare wijsheid of sluwheid trotsch verhieven; vgl. Ezech. XXVIII 4. „ ») Dat bolwerk was gebouwd op een eilandje aan de kust, vgl. Ezech. XXVI l; zieXXVIII 4 overden rijkdom vanTyrns.

•) Hare rijke vloot, hare .vestingwerken enz.; vgl. Ezech. XXVI 4.

') De in v. 5, 6 genoemde steden van Philistea (zie Am. I 6—8), rijn in bange vrees, want de val van het sterke Tyrus, dat hen dekte, is het begin van haren val.

Sluiten