Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et disperdam superbiara Philisthinorum.

7. Et auferam sanguinem ejus de ore ejus, et abominationes ejus de medio dentium ejus, et relinquetur etiam ipse Deo nostro, et erit quasi dux in Juda, et Accaron quasi Jebusaeus.

8. Et circumdabo domum meam ex bis, qui militant mihi euntes et reveftentes, et non transibit super eos ultra exactor: quia nunc vidi in oculis meis.

9. Exsulta satis filia Sion, jubila filia Jerusalem: ECCE REX TUUS veniet tibi justus, et salvator: ipse pauper, et ascendens super asinam, et super pullum filium asinse. is. LXII11; Matth. XXI 5.

10. Et disperdam quadrigam ex Ephraim, et equum de Jerusalem, et dissipabitur arcus belli: et loquetur pacem gentibus, et potestas ejus

Azotum, en uitroeien zal Ec den trots der Philistijnen8).

7. En Ec zal wegnemen zijn bloed uit zijnen mond en zijne gruwelen van tusschen zijne tanden; en ook hij zal overblijven voor onzen Ood en hij zal zijn als een vorst in Juda, en Accaron als de Jebuseër9).

8. En Ik zal mijn huis omgeven met hen, die voor Mij krijg voeren, heen en weer gaande, en niet meer zal een dwingeland bij hen doortrekken; want nu heb Ik het aangezien met mijne oogen10).

9. Juich vrij, dochter Sion! Jubel, dochter Jerusalem! Zie, uw koning zal tot u komen, gerechtig is hij en zaligmaker; hij is arm en gezeten op eene ezelin en op een veulen, het jong eener ezelin11).

10. En uitroeien zal Ik den strijdwagen uit Ephraïm en het ros uit Jerusalem, en verdelgd zal worden de strijdboog; en hij zal vrede pre-

') Door den scheider verstaat de H. Hiëronymus den Heer, die als rechter zal zetelen om het goede graan te scheiden van het kaf. Bet Hebr. woord mamzer, dat bij hier door separator vertaalt, laat hij Deut. XXIII 2 onvertaald en verklaart het daar door bastaard. Dit beteekent het ook hier; de Septuagint heeft «vreemdelingen». Het is een schimpnaam in den mond der trotsche Philistijnen voor de vreemdelingen en de lagere volksklassen, lieden van lage en verdachte geboorte, die daar zullen wonen, nadat de trots, de adel der Philistijnen, zal zijn uitgeroeid.

9) Het strafgericht zal den overblijvenden Philistijnen tot heil strekken. Door Gods genade geroepen, zullen zij niet meer bloed van aan afgoden geofferde dieren drinken, niet meer eten van den gruwel, d. i. van afgodisch offervleesch. Zij zullen overblijven voor ónsen "Ood, d. L tot het aan Hem toegewijde volk behboren, zoodat ook de eertijds verachte Philistijn (vgl. Jud. XTv 3; I Reg. XIV 6) een vorst zal zijn, d. i. waardigheden zal bekleeden, in Juda, in het Rijk Gods, Waarin geen onderscheid is tusschen voorhuid eh

besnijdenis; het Philistijnsche Accaron zal, evenals eertijds de Jebuseër (II Reg. XXIV 16). deelen in de voorrechten van het volk Gods.

") God zal zijn huis, zijn huisgezin, zijn uitverkoren volk, beschermen met een wacht van dienaren, die heen en weer gaan, d. i. in zijnen dienst zijn en waken tegen dreigende vijanden (vgl. VII 14, waar Zacharias dezelfde ongewone uitdrukking bezigt). God had zijn volk overgeleverd aan den moedwil der vijanden en alzoo de oogen zijner waakzame zorg als het ware afgewend; nu echter zal Hij zijn volk met genadige blikken weder aanzien.

") De Heer zal, als de lang beloofde Messias, zelf tot Sion komen en in Jerusalem plechtig binnentreden. Uw koning, d. i. de u door God voorspelde koning uit het huis van David; geen dwingeland is Hg, maar gerechtig (vgl. Ps. LXXI 2) en «heilvol» (Hebr.), rijk aan heil: want hij is Zaligmaker. Zijn rijk is niet van deze aarde; daarentegen is Hij arm en de vriend der armen; zachtmoedig en vreedzaam is Hij gezeten, niet op het krijgsros (v. 10), maar op een ezelin (Hebr. «ezel») en (met verklarende beteekenis: dat is) op een

Sluiten