Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a mari usque ad mare, et a fluminibus usque ad fines terra).

11. Tu quoque in sanguine testament! tui emisisti vinctos tuos de lacu, in quo non est aqua.

12. Convertimini ad munitiönem vincti spei, hodie quoque annuntians duplicia reddam tibi.

13. Quoniam eztendi mihi Judam quasi ar cum, implevi Ephraim: et suscitabo filios tuos Sion super filios tuos Graecia: et ponam te quasi gladium fortium.

14. Et Dominus Deus super eos videbitur, et exibit ut fulgur jaculum ejus: et Dominus Deus in tuba canet, et vadet in turbine austri.

15. Dominus exercituum proteget eos: et devorabunt, et subjicient

diken aan de volkeren12), en zijne heerschappij zal zijn van de zee tot aan de zee en van de stroomen tot aan de uiteinden der aarde13).

11. Ook gij hebt om het bloed uws verbonds uwe gevangenen vrijgelaten uit den kuil, waarin geen water is14).

12. Keert weder tot de vesting, gevangenen der hope; ook heden kondig Dx aan: het dubbele zal Dx u vergernen1*^.

13. Want gespannen heb Dx Mij Juda als een boog, gevuld heb Dx Ephraïm; en opwekken zal Ik uwe zonen, Sion, tegen uwe zonen, Griekenland; en Ik zal u maken als een heldenzwaard16).

14. En de Heere God zal over hen verschijnen, en uitvaren als de bliksem zal zijn pijl; en de Heere God zal op de bazuin blazen en aanrukken in den stormwind van het zuiden11).

15. De Heer der heerscharen zal hen beschutten; en zij zullen ver-

veulen enz. Zie de letterlijke vervulling dezer profetie Matth. XXI 1—7.

") Het Rijk van den Messias is een rijk van vrede; daarom zal God het oorlogstuig onder zijn volk uitroeien; niet meer op krijgsmacht, gelijk het vroegere Israël, maar op den Verlosser zal zijn volk vertrouwen. Vrede prediken, d. i. eene leer verkondigen, die de bron is van in- en uitwendigen vrede. . , t

") Het Rijk van den Messias zal de gansche aarde Omvatten: van de Middellandsche zee ten westen tot de zee, die in het verre oosten gedacht werd; van de stroomen, den Euphraat, tot aan de uiterste grenzen der aarde; vgl. Ps. LXXI 8.

") Evenals II 6, 7 worden, na de schildering van Sión's toekomstige heerlijkheid, de nog in den vreemde vertoevende ballingen uitgenoodigd terug te keeren. Want de ballingschap is geëindigd: Gij, Sion, hebt om het bloed, waarmede het verbond van Sinaï was bezegeld (Exod. XXIV 4—8), uwe gevangenen vrijgelaten. De ballingschap beet overdrachtelijk de kuil enz., omdat bij de Hebreërs waterlooze put¬

ten tot gevangenis dienden (vgl. Gen XXXVII 24). Naar het Hebr. is het God zelf, die Sion's gevangenen van hunne boeien ontslaat.

") De vesting is het heilige Sion. Gevangenen of ballingen, die als Gods bondsvolk de vaste hoop hadden der verlossing. Ook heden, hoe treurig thans nog uw toestand zij. Waarin de dubbele vergelding bestaat, wordt verklaard in v. 14—17.

") Eerst belooft God de overwinning op de Grieken, (Hebr.: Javan; vgl. Joël III noot 10), het derde wereldrnk van Dan. II 39; VII 6. Jehova is hier de krijgsheld; Juda is zijn boog, Ephraïm is de pijl, waarmede de boog gevuld wordt, of Gods gevulde pijlkoker (vgl. Ps. CXXVI 5 naar het Hebr.), Sion is zijn heldenzwaard.

") Jehova zelf zal voor Sion strijden, op de bazuin het teeken ten aanval geven en verderf aanrichten onder de vijanden als de stormwind van het zuiden, de brandende wind uit de woestijn. Volgens veler verklaring heeft de profeet het oog op de oorlogen der Machabeërs tegen Syrië, een der deelen van het Grieksche wereldrijk.

Sluiten