Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sunt quasi grex: affligentur, quia non est eis pastor.

3. Super pastores iratus est furor meus, et super hircos visitabo: quia visitavit Dominus exercituum gregem suum, domum Juda, et posuit eos quasi equum gloriae sua in bello.

4. Ex ipso angulus, ox ipso paxillus, ex ipso arcus prcelii, ex ipso egredietur omnis exactor simul.

5. Et erunt quasi fortes conculcantes lutum viarum in prcelio: et bellabunt, quia Dominus cum eis: et confundentur ascensores equorum.

6. Et confortabo domum Juda, et domum Joseph salvabo: et convertam eos, quia miserebor eorum: et erunt sicut fuerunt quando non projeceram eos: ego enim Dominus Deus eorum, et exaudiam eos.

7. Et erunt quasi fortes Ephraim, et laetabitur cor eorum quasi a vino: et filii eorum videbunt, et laetabuntur, et exsultabit cor eorum in Do-' mino.

zij; daarom zijn zij weggevoerd als eene kudde; zij zijn geslagen, dewijl zij geenen herder hebben*).

3. Tegen de herders is mijne gramschap ontstoken en aan de bokken zal lk bezoeking doen; want bezocht heeft de Heer der heerscharen zijne kudde, het huis Juda, en Hij heeft hen gesteld als zijn pronkros in den strijd3).

4. Van Hem is de hoeksteen, van Hem de tentpaal, van Hem de strijdboog, van Hem zal uitgaan ieder bedwinger te gader4).

5. En zij zullen zijn als helden, die het slijk der straten vertreden in den strijd; en zij zullen krijg voeren, want de Heer zal met hen zijn; en te schande zullen worden de berijders van rossen6).

6. En sterk maken zal Ec het huis Juda, en het huis Joseph6) zal Ik redden; en Be zal hen doen wederkeeren, want Ik zal Mij erbarmen over hen; en zij zullen zijn gelijk zij waren, toen Ik hen nog niet verworpen had; want Bc ben de Heer, hun God, en Bc zal hen verhooren.

7. En als helden zullen zijn die van Ephraïm, en vroolijk zal hun hart zijn als van wijn; en hunne kinderen zullen het zien en zich verheugen, en juichen zal hun hart in den Heer7).

*) Afgodsbeelden, zie Osee III 4, waar hetzelfde Hebr. woord theraphim onvertaald is gebleven. Daarom, omdat hunne vaderen aan genoemde bedriegers ■ geloof sloegen, zijn zij enz. De hoofdschuldigen echter waren zij, die als herders over het volk gesteld hunnen plicht verzuimden.

') De herders, de hoofden des volks, waren bokken, gewelddadigen, die hunne macht misbruikten. Hén zal God door straffen bezoeken, om het huis Juda uit hunne hand te redden en het bijgevolg in goeden zin te bezoeken; zie IX 13. De toekomstige sterkte en welvaart van Juda wordt voorgesteld onder het beeld van het pronkros enz.; vgl. Job XXXIX 19—25.

4) Van Hem, van den Heer der heer¬

scharen, komt de sterkte en de welvaart van Juda; de hoeksteen, waarop het gebouw van het rijk Juda rust; de tentpaal, waaraan de tent des Heeren wordt vastgemaakt. Ieder bedwinger van Juda's vijanden.

*) De vijanden heeten hier verachtelijk (vgl. Ps. XVII 43; Mich. VII 10) het slijk der straten, dat Juda's krijgers zegevierend zullen vertreden. Diezelfde vijanden worden berijders van rossen genoemd, omdat in de ruiterij de kracht der Aziatische legers was gelegen; zie IX 15.

•) Zie Amos V noot 11.

'J Welken tijd de profeet van v. 3 af op het oog heeft en welke de gebeur, tenissen zijn, waardoor zijne voorspelling vervuld werd, is onzeker. De mees.

Sluiten