Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Et fugietis ad vallem montium eorum, quoniam conjungetur Tallis montium usque ad proximum: et fugietis sicut fugistis a facie terrsemotus in diebus Oziae regis Juda: et yeniet Dominus Deus meus, omnesque sancti cum eo. Amos 11.

6. Et erit in die illa: Non erit lux, sed frigus et gelu.

7. Et erit dies una, qusa nota est Domino, non dies neque nox: et in tempore vesperi erit lux.

8. Et erit in die illa: Exibunt aquae vivae de Jerusalem:' medium earum ad mare oriëntale, et medium earum ad mare novissimum: in aestate et in hieme erunt.

9. Et erit Dominus Rex super omnem terram: in die illa erit Dominus unus, et erit nomen ejus unum.

10. Et revertetur omnis terra

5. En gijlieden zult vluchten naar het dal dier bergen — want het dal der bergen zal er allernaast aan reiken — en gij zult vluchten geEjk gij gevlucht zijt voor de aardbeving in de dagen van Ozias, den koning van Juda; en de Heer, mijn God, zal komen, en alle heiligen met Hem5) !

6. En het zal zijn te dien dage: Er zal geen licht zijn, maar koude en vorst6).

7. En het zal een eenige dag zijn, die bekend is aan den Heer, geen dag en geen nacht; en ten tijde des avonds zal het licht worden').

8. En het zal zijn te dien dage: Levende wateren zullen uitgaan van Jerusalem, de helft daarvan naar de oostelijke zee en de helft daarvan naar de achterste zee; des zomers en des winters zullen zij zijn8).

9. En de Heer zal Koning zijn over de gansche aarde; te dien dage zal de Heer één zijn en zijn naam zal één zijn*).

10. En het gansche land zal

5) Naar het dal dier, (Hebr.): «mijner», bergen, die de Heer door de splijting van den Olijfberg deed ontstaan. Want het dal dier bergen zal er, d. i. aan Jerusalem allernaast reiken; hierdoor schijnt de profeet de mogelijkheid uit te drukken om uit Jerusalem onmiddellijk in die door God gemaakte schuilplaats te vluchten. Hetzelfde zegt de grondtekst: «want het dal.... zal reiken tot aan Azel», een plaatsje, dat volgens den H. Cyrülus aan den voet des Olijfbergs, in de onmiddellijke nabijheid van Jerusalem gelegen was. Gelijk yij enz., d. i. ijlings wegvluchten; vgl. Am. I 1; die aardbeving was eeuwen achtereen, als het vreeselijkste, wat Jerusalem ondervonden had, in de herinnering gebleven. Komen ter verlossing, vergezeld van zijne heilige engelen, gelijk op Sinaï (vgl. Deut XXXIII 2; Matth. XVI 27).

8) Een tijd van beproeving zal voor Gods volk aanbreken. VgL Joël H 2; III 16; Am. V 18; Is. XIII 10.

*) Een eenige dag, door bijzondere beproevingen van de andere dagen onderscheiden; aan den Heer bekend, die weet, wanneer die dag komen en hoe lang lüj duren zal. Geen dag, maar duisternis der verdrukking; geen nacht, want de vaste hoop op redding zal een lichtstraal zijn in de duisternis. Ten tijde des avonds, wanneer de volslagen duisternis dreigt, zal het licht der redding . eensklaps opgaan. Ziedaar den korten inhoud der geschiedenis van Gods Kerk.

*) Te dien dage, wanneer het licht van Gods genadige gunst weer zal opgaan. De vrucht der beproeving is de overvloed van Gods zegeningen, die als levende, d. i. stroomende èn frissche, wateren ontspringen aan de stad Gods, en het gansche Rijk zonder ophouden doorstroomen. Vgl. Joël III noot 26. De oostelijke.... de achterste zee, zie Joël H noot 30. Des zomers en des winters, dus niet slechts in den regentijd.

") De algemeenheid van het Rijk Gods. Zijn naam, de openbaring van

Sluiten