Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Ecce ego projiciam vobis brachium, et dispergam super vultum vestrum sterous solemnitatum vestrarum, et assumet vos secum.

4. Et scietis quia misi ad vos mandatum istud, ut esset pactum meum cum Levi, dicit Dominus exercituum.

5. Pactum meum fuit cum eo vitae et pacis: et dedi ei timorem, et timuit me, et a facie nominis mei pavebat.

6. Lex veritatis fuit in ore ejus, et iniquitas non est inventa in labiis ejus: in pace, et in ssquitate ambulavit mecum, et muitos avertit ab iniquitate.

7. Labia enim sacerdotis custodient scientiam, et legem requirent ex ore ejus: quia Angelus Domini exercituum est.

3. Zie, Dx, wegwerpen zal Ik van u het schouderstuk, en strooien zal Ik op uw aangezicht den drek uwer feesten, en die zal u bij zich opnemen*).

4. En gij zult weten, dat Ec u deze verordening heb gezonden, opdat mijn verbond met Levi zij, zegt de Heer der heerscharen3).

.5. Mijn verbond met hem was ten leven en ten vrede; en Ik gaf hem vreeze, en hij vreesde Mij, en hij sidderde voor het aanschijn van mijnen naam4).

6. De wet der waarheid was in zijnen mond, en ongerechtigheid werd niet gevonden op zijne lippen; in vrede en in rechtmatigheid wandelde hij met Mij, en velen wendde hij af van ongerechtigheid5).

7. Want de lippen des priesters zullen de wetenschap bewaren, en de wet zal men vragen uit zijnen mond, omdat hij een engel van den Heer der heerscharen is5).

Het schouderstuk der geofferde dieren, het wettig aandeel der priesters Lev. VII 32; Deut. XVIII 3, zal God hun ontnemen; m. a. w. Hij zal hen van hunne bediening ontzetten. Sommigen lezen in het Hebr.: God zal «hunnen arm bestraffen», d. i. bedreigend verbieden nog te zegenen; anderen: God zal hun zaad, hunne nakomelingschap doen ophouden. Den smaad, dien God op die plichtvergeten priesters zal doen neerkomen, verklaart Hij onder het volgende, afschuw wekkende beeld: Ik zal den drek, dien de offerdieren op de feesten in de voorhoven des tempels achterlieten, u in het aangezicht werpen, en wederkeerig zal die drek u bij zich op den mestkuil opnemen, want daar hoort gij thuis.

*) Gij zult weten, d. i. door die droevige ondervinding erkennen, dat Ik, de almachtige God, u deze verordening van v. 2, die ernstige vermaning en bedreiging heb gezonden, d. i. doen voorhouden, opdat mijn verbond met Levi, dat zegening belooft, maar ook straf bedreigt, zij, d. i. besta, ten volle vervuld worde. Het Hebr. kan ook vertaald worden: «omdat mijn verbond met Levi is» of bestaat. Krach¬

tens dat verbond (vgl. Eccli. XLV 6—8; Num. XXV 12, 13) hadden de priesters op zich genomen den Heer oprecht te dienen en hunne bediening waardig te vervullen. Op die voorwaarde zou God hen zegenen, maar het plichtverzuim gestreng straffen.

4) Dat verbond met den stam van Levi strekte hem ten leven en ten vrede, tot geluk en welvaart, toen hij van zijnen kant de door God gestelde voorwaarde, te weten, de onderhouding van Gods wet, vervulde; tot dit einde bezielde God de priesterschap met heilige vreeze, en hti, b. v. Phineës, vreesde Mp. Vgl. Num. XXV 7—13.

*) De wet (thora, onderwijzing) der waarheid, d. ï. de ware uitlegging, der wét; hieraan beantwoordde ook zijn levenswandel. Zijn woord en voorbeeld strekten ter bekeering van afdwalenden en zondaars, terwijl daarentegen de toenmalige priesters het volk tot zonde verleidden (v. 8).

") Een engel, d. i. een gezant; de priester is de middelaar tusschen God en zijn volk, aan hetwelk hij Gods wet moet verklaren, die hij derhalve behoort te kennen; deze wetenschap is hier bedoeld. Hoeveel meer gelden deze

Sluiten