Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Vos autem recessistis de via, et scandalizastis plurimos in lege: irritum fecistis pactum Levi, dicit Dominus exercituum.

9. Propter quod et ego dedi vos contemptibiles, et humiles omnibus populis, sicut non servastis vias meas, et accepistis faciem in lege.

10. Numquid non pater unus omnium nostrum? numquid non Deus unus creavit nos? quare ergo despicit unusquisque nostrum fratrem suum, violans pactum patrum nostrorum? Matth, XXIII 9; Eph. IV 6.

11. Transgressus est Juda, et abominatio facta est in Israël, et in Jerusalem: quia contaminavit Judas sanctificationem Domini, quam dilexit, et habuit filiam dei alieni.

12. Disperdet Dominus virum, qui fecerit boe, magistrum, et discipulum de tabernaculis Jacob, et offe-

8. Gij echter, gij zijt afgeweken van den weg, en gij hebt zeer velen ten val gebracht in de wet; ij del hebt gij gemaakt het verbond met Levi, zegt de Heer der heerscharen7).

9. Daarom maakte ook Dc u verachtelijk en gering voor al de volksstammen, evenals gij mijne wegen niet hebt gehouden en den persoon hebt aangezien in de wet8).

10. Is niet één vader ons aller vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom dan versmaadt een ieder onzer zijnen broeder, schendend het verbond onzer vaderen9) ?

11. Overtreding heeft Juda gépleegd, en een gruwel is bedreven in Israël en in Jerusalem; want Juda onteerde het heiligdom des Heeren, dat Hij liefheeft, en huwde de dochter van een vreemden god10).

12. Uitroeien zal de Heer den man, die dit doet, den meester en den leerling, uit de tenten van Jacob,

tekstwoorden voor de priesters van het Nieuwe Verbond!

In de wet, d. i. door uWe verkeerde onderwijzing in de wet. IJdel hebt gij enz., d. i. gij zijt door uw plichtverzuim de schuld, dat de zegenrijke beloften aan den stam Levi in u niet vervuld worden.

*) Gering, d. i. zonder aanzien, volgens de straf der wedervergelding: evenals zij God en zijne wet veracht hebben, zullen ook zij verachtelijk zijn (vgl. I 6, 7, 12) voor al de volksstammen of familiën van Israël. In de wet, d. f. in hare toepassing; niet volgens de billijkheid der zaak, maar volgens de genegenheid voor den persoon hadden zij geoordeeld.

») De misbruiken aangaande het huwelijk, welke de profeet thans gaat bestraffen, vooreerst de huwelijken met heidensche vrouwen, waren des te stuitender, omdat de Israëlieten onder elkander op dubbelen titel broeders waren. Want God, de Schepper aller menschen, is bovendien de Vader van Israël, dien Hij als zoon heeft aangenomen; vgl. I

6. Waarom versmaadt enz., door zijne volksgenooten achter heidenen te stellen, gelijk uit het volgende blijkt; Hebr.: «waarom zouden wij tegen elkander trouweloos handelen, om het verbond onzer vaderen te verbreken», het verbond, waardoor Israël^ aan Jehova toegewijd en van de heidensche volken was afgezonderd; vgl. Exod. XIX 5, 6; XXIV 8.

J0) Overtreding van het door God met hunne vaderen gesloten verbond (v. 10); want de grondtekst heeft: «Trouweloos heeft Juda gehandeld». Het huwelijk met een heidensche vrouw, die een vreemden god, alzoo niet Jehova, tot vader heeft, was eene onteering van het heiligdom des Heeren, d. i. van het aan God toegewijd en geheiligd volk. Wat volgens I Esdr. IX, X; II Esdr. XTTT 23—31 velen in Juda, ook priesters en levieten, misdeden, wordt hier van gansch Juda gezegd, omdat die gruwel het geheele volk bezoedelde. Het verbod der wet (Exod. XXXIV 16; Deut. VII3,4) gold eigenlijk alleen Ghanaanietische vrouwen, maar Esdras en

Sluiten