Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juda et Jerusalem sicut dies saeculi, et sieut anni antiqui.

5. Et accedam ad vos in judicio, et ero testis velox maleficis, et adulteris, et perjuris, et qui calumniantur mercedem mercenarii, viduas, et pupillos, et opprimunt peregrinum, nee timuerunt me, dicit Dominus exercituum.

6. Ego enim Dominus, et non mutor: et vos filii Jacob non estis consumpti.

7. A diebus enim patrum vestrorum recessistis a legitimis meis, et non custodistis. Revertimini ad me, et revertar ad vos, dicit Dominus exercituum. Et dixistis: In quo revertemur? Zach. I 3.

8. Si affiget homo Deum, quia vos configitis me? Et dixistis: In quo configimus te? In decimis, et in primitiis.

9. Et in penuria vos maledicti estis, et me vos configitis gens tota.

zijn het offer van Juda en van Jerusalem, als in de dagen des voortijds en als in de oude jaren6).

5. En Ik zal tot u naderen ten gerichte, en Ik zal een vaardig getuige zijn tegen de toovenaars en de overspelers en de meineedigen en hen, die gewelddadig het loon onthouden aan den daglooner, weduwen en weezen en den vreemdeling verdrukken, en Mij niet gevreesd hebben, zegt de Heer der heerscharen6).

6. Want Ik, Dx ben de Heer, en Dx verander niet; en gij, zonen van Jacob, gij zijt niet vergaan7).

7. Sinds de dagen toch uwer vaderen zijt gij afgeweken van mijne voorschriften, en gij hebt ze niet onderhouden. Keert weder tot Mij, en Ik zal wederkeeren tot u, zegt de Heer der heerscharen. En gij zeidet: Waarin zullen wij wederkeeren8)?

8. Zal dan een mensch God kwellen? want gij kwelt Mij. En gij zeidet: Waarin kwellen w4i U? In de tienden en in de eerstelingen9).

9. En met armoede10) zgt gij gevloekt, want Mij kwelt gij, geheel het volk.

*) >.Het offer, wederom mincha gelijk 111, van Juda en Jerusalem, d. i. van Christus' Kerk, die een nieuw Juda en een nieuw Jerusalem is. Als in de dagen enz., b. v., zooals de Canon der H. Mis verklaart, gelijk het offer van Abel, van Abraham en van Melchisedeeh.

•) De profeet antwoordt meer rechtstreeks op de II 17 gestelde vraag: de Rechter zal spoedig komen en voor velen zal Hij te spoedig als een vaardig getuige hunner zonden optreden. Met net oog op zijne tijdgenooten noemt hij de vooral toen heerschende zonden.

') Ik, de Heer, Jehova, verander niet, d. i. Ik ben nog altijd, al verdraag Ik een tijd lang de goddeloozen, de gestrenge God des gerichts, maar ook de getrouwe God des verbonds, wiens getrouwheid vooral blijkt uit het voortbestaan van Israël, terwijl andere volken aan den ondergang zijn prijsgegeven (vgl. I 3, 4). Want ook Israël had

verdiend te vergaan; sinds de dagen toch enz. v. 7.

*) Met deze liefdevolle uitnoodiging tot bekeering, waarop de Joden met echt farizeeschen trots antwoorden, gaat de profeet over tot het bestraffen hunner nalatigheid in het betalen der tienden en der eerstelingen.

*) Affigere, eigenlijk: aan het kruis hechten; en dit bedoelt ook de H. Hiëronymus blijkens zijne verklaring, welke deze woorden meer op het lijden van den Godmensch dan op het bestelen van God toepast. Naar het zinverband schijnt kwellenn bedoeld, d. i. last of onrecht aandoen; volgens den zin der Septuagint: heimelijk bedriegen of bestelen in het achterhouden der tienden: zie Lev. XXVII 30—38; Num. XVIII 20—30; en der eerstelingen, van vee, granen enz.: zie Deut. XII 6; XVIII 4; Ezech. XLIV 30. Vgl. II Esdr. X 35—37; XIII 5.

") Hebr.: «mét den vloek». Vgl.

Sluiten