Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. Et reversus est Judas, et exercitus ejus, sequens eum.

17. Dixitque ad populum: Non concupiscatis spolia: quia bellura contra nos est,

18. Et Gorgias et exercitus ejus i prope nos in monte: sed state nunc contra inimioos nostros, et expugnate eos, et sumetis postea spolia seouri.

19. Et adhuc loquente Juda haec, ecce apparuit pars quaedam prospiciens de monte.

20. Et vidit Gorgias quod in f ugam conversi sunt sui, et succenderunt castra: fumus enim, qui videbatur, declarabat quod factum est.

21. Quibus illi conspectis timuerunt valde, aspicientes simul et < Judam, et exercitum in campo pa- i ratum ad prcelium.

22. Et fugerunt omnes in campum alienigenarum:

23. Et Judas reversus est ad spolia castrorum, et acceperunt aurum multum, et argentum, et hyacinthum, et purpuram marinam, et opes magnas.

24. Et conversi, hymnum canebant, et benedicebant Deum in ccelum, quoniam bonus est, quoniam in saeculum misericordia ejus. Ps. CIII 1.

25. Et facta est salus magna in Israël in die illa.

migen meenen, dat oorspronkelijk in den Griekschen tekst hier «Judea», in plaats van Idumea gelezen werd. — Azotus, heden Esdoed, lag ten zuidwesten van Emmaüs, op de grenzen van Dan en was een van de vijf groote steden der Philistijnen, die ten tijde van Heli de buitgemaakte Ark daarheen brachten (I Reg. V 1). Later werd zij ingenomen door Ozias, koning van Juda (II Par. XXVI 6), door een veldheer van Sargon, koning van Assyrië, en, volgens Herodotus, na een beleg van 29 jaren, door Psammetich, koning van Egypte. Sedert dien tijd

16. En Judas keerde terug en zijn leger achter hem.

17. En hij zeide tot het volk: Weest niet belust op buit, want er dreigt ons strijd,

18. en Gorgias en zijn leger bevinden zich nabij ons in het gebergte; maar staat nu pal tegen onze vijanden en verwint hen, en daarna zult gij veilig den buit inzamelen.

19. En nog terwijl Judas dit zeide, zie, daar werd eene afdeeling zichtbaar, die uitzag van het gebergte.

20. En Gorgias zag, dat de zijnen op de vlucht geslagen waren en dat men het kamp in brand gestoken had; want de rook, die gezien werd, gaf te kennen wat er geschied was.

21. Toen zij nu dit gezien hadden, beving hen groote vrees, daar zij tevens en Judas en het leger zagen, dat strijdvaardig in de vlakte stond.

22. En allen namen de vlucht naar het land der vreemdelingen10).

23. En Judas keerde terug ter plundering der legerplaats, en zij verwierven veel goud en zilver en donkerblauw en zeepurper11) en groote schatten.

24. En teruggekeerd zongen zij een loflied en prezen God in den hemel, omdat Hij goed, omdat zijne barmhartigheid eeuwigdurend is1*).

25. En groot heil geschiedde in Israël op dien dag").

deelde Azotus het lot van het overige land en was ten tijde van Judas in de macht der Syriërs. — Jamnia of Jabnia, heden Jebna, lag iets meer naar het noordwesten. Buiten de drie duizend man, die in den slag bij Emmaüs sneuvelden, vielen er blijkens II Mach. VIII 24 nog zes duizend op de vlucht.

") Naar de groote vlakte der Philistijnen.

"j Donkerblauwe en zeepurperen stoffen (zie Exod. XXV noot 2).

") Zie Psalm CXXXV 1 en noot 1.

") Dat al het voorafgaande op dien éénen dag kon geschieden, blijkt daar-

Sluiten