Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47. Et videntes virtutem regis, et impetum exercitus ejus, diverterunt se ab eis.

48. Castra autem regis aseenderunt contra eos in Jerusalem, et applicuerunt castra regis ad Judaeam, et montem Sion.

49. Et fecit pacem cum his, qui erant in Bethsura: et exierunt de civitate, quia non erant eis ibi alimenta conolusis, quia sabbata erant terra?.

50. Et comprehendit rex Bethsuram: et constituit illic custodiam servare eam.

51. Et convertit castra ad locum sanctificationis dies muitos: et statuit illic balistas, et machinas, et ignis jaoula, et tormenta ad lapides jactandos, et spicula, et scorpios ad mittendas sagittas, et fundibula.

52. Fecerunt autem et ipsi machinas adversus machinas eorum, et pugnaverunt dies muitos.

53. Escaa autem non erant in civitate, eo quod septimus annus esset: et qui remanserant in Judaea I de gentibus, consumpserant reliquias eorum, quae repositae fuerant.

54. Et remanserunt in sanctis viri pauci, quoniam obtinuerat eos fa-

• j de 8terkte des konings ziende en den aandrang van zijn leger, trokken zij zich van hen terug***™ I 48. Nu rukte het leger des konings | tegen hen op naar Jerusalem, en net leger van den koning sloeg zich neder tegenover Judea en den berg Sion32). s 49. Én hfi sloot een verdrag met degenen, die zich in Bethsura bevonden, en zij trokken uit de stad, omdat daar voor hen, ingesloten als zij waren, geen leeftocht was aangezien het een sabbatjaar was voor het land33).

60. En de koning bezette Bethsura en hg' plaatste er een bezetting om het te bewaren.

51. En hij sloeg zijn leger neder tegenover de heilige plaats gedurende vele dagen; en hij stelde daar blijden op en stormgevaarten en vuurwerptuigen**), en geschut om steenen en schichten te slingeren en schorpioenen om pijlen te schieten, en Slingers.

52. Maar genen richtten ook oorlogstoestellen tegenover hunne toestellen op en vochten vele dagen.

53. Er waren echter geene mondbehoeften in de stad, omdat het het zevende jaar was; daarenboven hadden degenen van de heidenen, die in Judea gebleven waren35) de rest verteerd van hetgeen opooborgen was geweest.

54. En er bleven in het heiligdom weinig mannen over, omdat de

) Hoe dapper Judas en de zijnen ook streden, zn, waren tegen de overmacht niet langer bestand en moesten dus terugtrekken.

8>) Gr.: «en de koning richtte zich» enz. Het gros des legers trok op legen Judea en gmg het beleg slaan voor Jerusalem en den berg Sion, d. i. den berg des tempels, terwijl de rest voor

33iUTra eeiegerd bleef. Vgl. v. 49. ) In het zevende of sabbatjaar moest de grond onbebouwd blijven Ye^n^naar het vw>««l»rift van Lev. XXV 4 volg. Dit en het langdurig

beleg veroorzaakte in de stad gebrek aan leeftocht, weshalve de bezetting onder voorwaarde van vrijen aftocht de stad overgaf.

**) De heilige plaats is hier de door Judas versterkte berg Horiah, in v. 48 de berg Sion genoemd. De vuurwerptuigen dienden tot het slingeren van brandende pijlen.

") Naar het Gr. hadden zij, die naar Judea (uit Galilea en Galaad; vgl. III 23 en 45) voor de heidenen gevlucht waren, het overschot opgegeten van hetgeen opgeborgen was.

Sluiten