Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taverunt se invicem pacifice: et hostes parati erant rapere Judam.

80. Et innotuit sermo Judae quoniam cum dolo venerat ad eum: et eonterritus est ab eo, et amplius noluit videre faciem ejus.

31. Et cognovit Nicanor quoniam denudatum est consilium ejus: et exivit obviam Juda» in pugnam juxta Capharsalama.

32. Et ceciderunt de Nicanoris exercitu fere quinque millia viri, et fugerunt in civitatem David.

33. Et post haec verba ascendit Nicanor in montem Sion: et exierunt de sacerdotibus populi salutare eum in pace, et demonstrare ei holocautomata, qua? offerebantur pro rege.

34. Et irridens sprevit eos, et polluit: et locutus est superbe,

35. Et juravit cum ira, dicens: Nisi traditus fuerit Judas, et exereitus ejus in manus meas, continuo cum regressus fuero in pace, succendam domum istam. Et exiit cum ira magna.

36. Et intraverunt sacerdotes et steterunt ante faciem altaris et templi: et flentes dixerunt:

37. Tu Domine elegisti domum istam ad invocandum nomen tuum in ea, ut esset domus orationis et obsecrationis popnlo tuo:

38. Pac vindictam in homine isto et exercitu ejus, et cadant in gladio: memento blasphemias eorum

et ne dederis eis ut permaneant. ' 1

groetten elkander vreedzaam en de vijanden waren gereed om Judas op te lichten.

30 En aan Judas werd het bericht ter kennis gebracht, dat hij arglistig tot hem gekomen was: en nij schrikte van hem en wilde zijn aangezicht niet verder zien.

31. En Nicanor begreep, dat zijn toeleg ontdekt was, en hij rukte tegen Judas ten strijde op bij Capharsalama14).

32. En er vielen van Nicanor's leger ongeveer vijf duizend man en zij vluchtten naar de stad van David.

33. En na die gebeurtenissen ging Nicanor op naar den berg Sion • en uit de priesters van het volk kwamen er hem in vrede groeten en hen. de brandoffers toonen, die voor den koning werden opgedragen15).

34. En hij verachtte hen met spot en hq verontreinigde hen en sprak met trots,

35. en hij zwoer in gramschap, zeggende: Als Judas met zijn leger niet in mijne handen wordt overgeleverd, zal ik terstond, als ik in rredels) ben teruggekeerd, dit huis n brand steken. En hij vertrok in jrooten toorn.

16. En de priesters traden binnen m gingen staan in het gezicht van iet altaar en den tempel, en zij leiden weenend:

17. Gij, o Heer, hebt dit huis uiterkoren, opdat uw naam daarover rorde aangeroepen, ten einde het en huis van gebed en smeeking ou zijn voor uw volk;

8. oefen wraak op dezen man en qn leger en laat hen vallen door et zwaard. Gedenk hunne godsisteringen en sta hun niet toe, dat ij blijven bestaan.

") Deze plaats lag waarschijnlijk ten vorsten als voor de vreemde, aan welke

zij onderworpen waren. Vgl. Jer. XXIX

m 10 volg>; 1 Es"r- VI 10. ') Ongedeerd, als overwinnaar, nl. uit den strijd, dien hij tegen Judas ging hervatten.

Sluiten