Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hispaniae, et quod in potestatem I redegerunt metalla argenti et auri, qua» illic sunt, etpossederunt omnem locum consilio suo, et patientia:

4. Locaque quae longe erant valde | ab eis, et reges, qui super venerant eis ab extremis terrae, contriverunt, et percusserunt eos plaga magna: ceteri autem dant eis tributum omnibus annis.

5. Et Philippum et Persen Ceteorum regem, et ceteros, qui adversum eos arma tulerant, contriverunt in bello, et obtinuerunt eos:

6. Et Antiochum magnum regem Asiaa, qui eis pugnam intulerat habens centum viginti elephantos, et equitatum, et currus, et exercitum magnum valde, contritum ab eis.

7. Et quia ceperunt eum vivum, et statuerunt ei ut daret ipse, et qui regnarent post ipsum, tributum magnum, et daret obsides, et constitutum,

8. Et regionem Indorum, et Medos, et Lydos, de optimis regionibus eorum: et acceptas eas ab eis, dederunt Eumeni regi.

s) De Carthagers moesten ruim 200 jaren vóór Christus Spanje aan de Romeinen afstaan; het duurde intusschen nog zeer lang, eer dezen de gansche streek geheel en al onderwierpen.

*) Verscheiden koningen, die tegen de Romeinen oprukten, werden door hen verslagen, o. a. Porsenna en Pyrrhus; mogelijk worden hier de uit Spanje opgerukte veldheeren der Carthagers of de aanvoerders der overwonnen Galliërs bedoeld.

6) Philippus III, zoon van Demetrius II, koning oer Cetheërs of Macedoniërs, werd door den consul Flaminius overwonnen te Cynocephale in 198; Perseus, rijn zoon en opvolger, te Pydna door Paulus Aemilius in 168 v. Chr.

grondgebied van Spanje gedaan hadden, en dat zij de zilver- en goudmijnen, die daar zijn, hadden bemachtigd, en dat zij de gansche streek in bezit hadden gekregen door hun beleid en lankmoedigheid3),

4. en plaatsen, die zeer ver van hen gelegen waren, en koningen, die tegen hen van de uiteinden der aarde waren opgerukt, hadden verpletterd en hun een zware nederlaag toegebracht, terwijl de overigen hun jaarlijks schatting betalen4).

5. En Philippus e'n Perseus, den koning der Cetheërs, en de overigen, die tegen hen de wapenen hadden gevoerd, hadden zij in den oorlog verpletterd en hen onderworpen5).

6. En Antiochus de Groote, koning van Azië, die hun den oorlog had aangedaan, uitgerust met honderd en twintig olifanten, en ruiterij en wagens en een overgroot leger, was door hen verpletterd6),

7. en zij hadden hem levend gevangen en hem opgelegd, om zelf, evenals degenen, die na hem zouden regeeren, een groote schatting te betalen en gijzelaars te geven alsmede wat bepaald was7),

8. en het land der Indiërs en de Meden en de Lydiërs, uit de schoonste hunner landen; en, na ze van hen te hebben ontvangen, schonken, zij die aan koning Eumenes8).

") Door Azië wordt hier het Syrische rijk bedoeld, waartoe onder Antiochus o. a. geheel Klein-Azië behoorde. Van de 120 olifanten, waarmede hij den oorlog begon, namen er volgens Titus Livius slechts 54 deel aan den slag van Magnesia, waarin (v. 7) hij wel niet naar de letter levend gevangen genomen werd, maar zich toch op genade en ongenade moest overgeven.

•) Volgens Polybius een schatting van 15,000 talenten m termijnen te betalen. Ten gevolge van dit verdrag bevonden zich Antiochus Epiphanes en Demetrius beurtelings als gijzelaars te Rome. Verder was O-a. bepaald, dat Antiochus KleinAzië tot aan den Taurus zou afstaan.

8) Voor Indiërs en Meden, die nooit

Sluiten