Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24. Et accepit aurum, et argen- i tum, et vestem, et alia xenia multa, et abiit ad regem Ptolemaidam, et invenit gratiam in conspectu ejus.

25. Et interpellabant adversus eum quidam iniqui ex gente sua.

26. Et fecit ei rex sicut fecerant ei, qui ante eum fuerant: et exaltavit eum in conspectu omnium amicorum suorum,

27. Et statuit ei principatum sacerdotii, et quaecumque alia habuit prius pretiosa, et fecit eum principem amicorum.

28. Et postulavit Jonathas a rege ut immunem faceret Judaeam, et tres toparchias, et Samariam, et confines ejus: et promisit ei talenta trecenta.

29. Et consensit rex: et scripsit Jonathas epistolas de his omnibus, hunc modum continentes:

30. REX Demetrius fratri Jonathae salutem, et genti Judaeorum.

31. Exemplum epistoke, quam scripsimus Lastheni parenti nostro de vobis, misimus ad vos ut sciretis:

32. Rex Demetrius Lastheni parenti salutem.

33. Genti Judajorum amicis nostris, et conservantibus quae justa sunt apud nos, decrevimus bene-

24. En hij nam goud en zilver en kleedij en vele andere geschenken, en begaf zich naar den koning te Ptolemaïs en vond genade voor zijn aanschijn.

25. En eenige goddeloozen uit zijn Yolk brachten bezwaren tegen hem in.

26. En de koning deed aan hem gelijk zijne voorgangers14) aan hem gedaan hadden, en hij verhief hem voor het aangezicht van al zijne vrienden.

27. En hij bevestigde hem in het opperpriesterschap en in al wat hij te voren vereerends bezat, en hij maakte hem tot den voornaamsten zijner vrienden.

28. En Jonathas vroeg den koning, dat hij aan Judea en aan de drie gewesten15) en aan Samaria en de aanhoorigheden daarvan vrijdom van lasten zou verleenen; en hij beloofde hem driehonderd talenten18).

29. En de koning bewilligde daarin en schreef aan Jonathas over dat alles brieven, in dezen vorm vervat:

30. Koning Demetrius aan zijnen broeder Jonathas en aan het volk der Joden heil! .

31. Het afschrift van den brief, dien wij aangaande u geschreven hebben aan Lasthenes, onzen verwant, hebben wij u gezonden, opdat gij er kennis vanzoudt dragen17).

32. Koning Demetrius aan Lasthenes, zijnen verwant, heil!

33. Aan het volk der Joden, onze vrienden, en die in acht nemen wat ten opzichte van ons rechtvaardig is, hebben wij besloten gunst te be-

") Namelijk Alexander Balas en Ptolemeüs Philometor.

") De drie gewesten zijn die, welke vermeld worden X 30 en 38. Sommigen meenen, dat hier, in plaats van en aan Samaria, i«van Samaria* mcrest staan, daar dit land niet tot het gebied van Jonathas behoorde.

") Het blijkt niet uit den tekst, of hier Attische of wel Syrische talenten bedoeld worden. De som, die door Jonathas hier hetzij voor éénmaal, hetzij

als jaarlijksche schatting beloofd wordt, is niet met zekerheid te bepalen. Zie I Par. XXII noot 9.

") Lasthenes was de Griek, aie door het aanwerven van krijgsvolk Demetrius geholpen had onvSyne te veroveren. Demetrius noemt hem hier en in v. 32 zijnen verwant, gelijk hij v 30 Jonathas zijnen broeder noemt. Naar den Griekschen tekst noemt hjj hem in v. 32 «vader», ongetwijfeld uit gehechtheid en dankbaarheid.

Sluiten