Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bibendi in auro, et esse in purpura, et habere fibulam auream: Supra X 89; Infra XIV 44.

59. Et Simonem fratrem ejus constituit ducem a terminis Tyri usque ad fines JEgypti.

60. Et exiit Jonathas, et perambulabat trans flumen civitates: et congregatus est ad eum omnis exercitus Syrise in auxilium, et venit Ascalonem, et occurrerunt ei honorifice de civitate.

61. Et abiit inde Gazam: et concluserunt se qui erant Gazae: et obsedit eam, et succendit qua? erant in circuitu civitatis, et praedatus est ea.

62. Et rogaverunt Gazenses Jonathan, et dedit illis dexteram: et accepit filios eorum obsides, et misit illos in Jerusalem: et perambulavit regionem usque Damascum.

63. Et audivit Jonathas quod praevaricati sunt principes Demetrii in Cades, quas est in Galilasa, cum exercitu multo, volentes eum removere a negotio regni:

64. Et occurrit illis: fratrem autem suum Simonem reliquit intra provinciam.

65. Et applicuit Simon ad Bethsuram, et expugnabat eam diebus multis, et conclusit eos.

66. Et postulaverunt ab eo dextras

tiging om uit goud te drinken en in purper gekleed te zijn en een gouden gesp te dragen.

59. En hij stelde zijnen broeder Simon tot landvoogd aan van de landpalen van Tyrus af28) tot aan de grenzen van Egypte.

60. En Jonathas trok uit en doorliep de steden aan gene zijde van den stroom; en geheel het leger van Syrië schaarde zich bij hem ter hulp, en hij begaf zich naar Ascalon, en men kwam hem met eerbetuiging te gemoet uit de stad*9).

61. En van daar trok hij naar Gaza; en die te Gaza waren, sloten zich op, en hij belegerde het en stak in brand wat zich rondom de stad bevond80) en plunderde dat uit.

62. En die van Gaza smeekten Jonathas, en hö reikte hun de rechterhand, en hij ontving hunne zonen als gijzelaars en zond ze naar Jerusalem, en hij doorliep de streek

[ tot aan Damascus.

63. En Jonathas hoorde, dat de oversten van Demetrius met veel krijgsvolk arglistig optraden te Cades, dat in Galilea ligt, met den wil om hem af te houden van de aangelegenheid des rijks81).

64. En hij trok tegen hen op, maar liet zijnen broeder Simon in het gewest.

65. En Simon sloeg zich neder voor Bethsura88) en belegerde het vele dagen en sloot hen in.

66. En zij smeekten hem om de

M) Gr. «van de Trap van Tyrus af» enz. Hiermede wordt een tusschen Tyrus en Ptolemaïs aan zee gelegen berg bedoeld, die heden Ras en-Naqoura genoemd wordt,

**) Jonathas doorliep de beoosten van den stroom, d. i. den Jordaan, gelegen steden, waar zich het Syrische leger, dat over Demetrius (vgl. v. 38) ontevreden was, aan zijne zijde schaarde; vervolgens trok hij naar het westen om de aan zee gelegen steden te bezetten, die nog aan Demetrius waren getrouw gebleven.

*°) De voorsteden of aanhoorigheden.

31) Cades of Cedes, heden Qades, lag ten noordwesten van het meer Merom, in het stamgebied van Nephthali. Naar de Vulgaat is de zin, dat de vijanden, door hunne krijgsbeweging te Cades, Jonathas wilden afhouden van het behartigen der belangen van Antiochus. Naar het Grieksch: «om hem af te houden van de aangelegenheid» (of de bezigheid), wilden zij hem door hunnen aanval dwingen zijnen tocht in het westen te staken.

") Vgl. IV 29 en 61; VI50 en IX 52.

Sluiten