Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26. Et misit specuiatores in castra eorum: et reversi renuntiaverunt quod constituunt supervenire illis nocte.

27. Cum occidisset autem sol, praecepit Jonathas suis vigilare, et esse in armis paratos ad pugnam tota nocte, et posuit custodes per circuitum castrorum.

28. Et audierunt adversarii quod paratus est Jonathas cum suis in bello: et timuerunt, et formidaverunt in corde suo: et accenderunt focos in castris suis.

29. Jonathas autem, et qui cum eo erant, non cognoverunt usque mane: videbant autem luminaria arden tia,

30. Et secutus est eos Jonathas, et non comprehendit eos: transierant enim flumen Eleutherum.

31. Et divertit Jonathas ad Arabas, qui vocantur Zabadaei: et percussit eos, et accepit spolia eorum.

32. Et junxit, et venit Damascum, et perambulabat omnem regionem illam.

33. Simon autem exiit, et venit usque ad Ascalonem, et ad proxima praesidia: et declinavit in Joppen, et occupavit eam,

34. (Audivit enim quod vellent praesidium tradere partibus Deraetrii) et posuit ibi custodes ut custodirent eam.

35. Et reversus est Jonathas, et convocavit seniores populi, et co-

26. En hij zond verspieders in hun leger, en dezen boodschapten bij hun terugkeer, dat zij bepaald hadden hen in den nacht te overvallen.

27. Toen nu de zon ondergegaan was, gaf Jonathas den zijnen bevel te waken en onder de wapenen strijdvaardig te zijn gedurende den ganschen nacht, en hij plaatste wachten rondom de legerplaats.

28. En de vijanden hoorden, dat Jonathas met de zijnen strijdvaardig was, en zij werden door vrees en schrik bevangen in hun hart en zij ontstaken vuren in hunne legerplaats1*).

29. Jonathas echter en die bij hem waren, bleven daarvan onkundig tot aan den ochtend; zij zagen intusschen de lichten branden.

30. En Jonathas zette hen na en achterhaalde hen niet; want zij waren over de rivier den Eleutherus getrokken18).

31. En Jonathas keerde zich tegen de Arabieren, die Zabadeën genoemd worden14), en hij versloeg hen en bemeesterde hunnen buit.

32. En hij keerde zich om en kwam te Damascus en doorliep die geheele streek15).

33. Simon intusschen trok uit en kwam tot bij Ascalon en de nabijgelegen sterkten; en hij week af naar Joppe en bezette het16),

34. (want hij had geboord, dat zij de vesting wilden overleveren aan de partijgenooten van Demetrius), en hij legde daarin een bezetting om ze te bewaken.

35. En Jonathas kwam terug en riep de oudsten de volks te zamen,

Hamat, aan den Orontes gelegen; zij was een der oudste en gewichtigste steden van Syrië en werd ten tijde der Seleuciden ook wel Epiphania genoemd ter eere van Antiochus IV Epiphanes.

"j Om Jonathas te doen gelooven, dat zij er zich nog bevonden; intusschen trokken zij heimelijk af.

") Zie XI 7.

") Waarschijnlijk was dit een rondzwervende volksstam. De reden, waarom Jonathas hen tuchtigde, is onbekend.

") Om ze van de aanhangers van Demetrius te zuiveren.

") Vgl. XI 59 en X 75.

Sluiten