Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Et sedit unusquisque sub vite sua, et sub fioulnea sua: et non erat qui eos terreret. Zoek. III10.

13. Defeeit impugnans eos super terram: reges contriti sunt in diebus illis.

14. Et confirmavit omnes humiles populi sui, et legem exquisivit, et abstulit omnem iniquum et malum:

15. Sancta glorifieavit, et multiplicavit vasa sanctorum.

16. Et auditum est Rom® quia defunctus osset Jonathas, et usque in Spartiatas: et contristati sunt valde.

17. Ut audierunt autem quod Simon frater ejus factus esset summus sacerdos loco ejus, et ipse obtineret omnem regionem, et civitates in ea,

18. Scripserunt ad eumin tabuhs ®reis, ut renovarent amicitias, et societatem quam f ecerant cum Juda, et cum Jonatha fratribus ejus. Supra XII1.

19. Et loet® sunt in conspectu ecclesi® in Jerusalem. Ethocexemplum epistolarum, quas Spartiat® miserunt:

20. SPARTIANORUM principes, et civitates, Simoni sacerdoti magno et senioribus, et sacerdotibus, el reliquo populo Jud®orum, fratribus, salutem.

21. Legati, qui missi sunt ad po pulum nostrum, nuntiaverunt nobit de vestra gloria, et honore, ac 1®

12. En iedereen zat onder zijnen wijnstok en onder zijnen vijgeboom7), en er was niemand, die hun schrik aanjoeg.

13. Verdwenen was die hen bestreed in het land; de koningen8) werden verpletterd in die dagen.

14. En hij versterkte alle gedrukten van zijn volk, en hij vorsehte de Wet na en ruimde eiken goddelooze en boosaardige uit den weg.

15. Hij verheerlijkte het heiligdom en vermenigvuldigde de gereedschappen des heiligdoms.

16. Én men vernam te Rome, dat Jonathas gestorven was, insgelijks tot bij de Spartanen, en zij werden ten zeerste bedroefd.

17. Toen zij echter hoorden, dat Simon, zijn broeder, hoogepriester was geworden in zijne plaats, en dat hij de gansche landstreek en

| hare steden in zijne macht had,

18. schreven zij hem op koperen platen om de vriendschap en het verbond te hernieuwen, dat zij met Judas en met Jonathas, zijne broeders, gesloten hadden9).

19. En zij werden gelezen ten overstaan der gemeente te Jerusalem. En ziehier het afschrift der brieven, die de Spartanen zonden:

20 De vorsten™) en steden der Spartanen aan Simon, den hoogepriester, en aan de oudsten en aan de priesters en aan het overige volk der Joden, hunne broeders, heil! 21. De afgezanten, die naar ons volk gezonden zijn, hebben ons bericht gegeven omtrent uwen luis-

1 Een zegswijze der Israëlieten om het volle genot van den huisehjken welstand aan te duiden. _

•) Namelijk die van Syne.

•) De overeenkomst der Romeinen was met Judas en met Jonathas gesloten geworden (vgl. VIII 17 volg. en XII 1 volg.); die der Spartanen met Jonathas. Een uitvoerig bericht over

den dood van Jonathas met een verzoek om hernieuwing der gesloten overeenkomst werd op last van Simon naar Rome en Sparta overgebracht door Numenius. Zie v. 24.

") Door vorsten worden hier ue ephoren, de hoogste magistraatspersonen van Sparta, bedoeld.

Sluiten