Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT XV. HOOFDSTUK XV.

Antiochus, zoon van Demetrius I, zoekt de vriendschap van Simon (v. 1 9)

en sluit Tryphon te Dora in (v. 10—14). De Romeinen bevélen de Joden als hunne bondgenooten aan bij de overige volkeren (v. 15—24). Antiochus breekt zijne beloften en stelt overdreven eischen, die door Simon u/orden van de hand gewezen (v. 26—86). Tryphon ontsnapt; Antiochus zendt Cendebeüs met een leger naar Judea fv. 87—41).

1. Et misit rex Antiochus filius Demetrii epistolas ab insulis maris Simoni sacerdoti, et prinoipi gentis Judaeorum, et universae genti:-

2. Et erant continentes hunc modum: REX Antiochus Simoni sacerdoti magno, et genti Judaeorum salutem.

3. Quoniam quidem pestilentee obtinuerunt regnum patrum nostrorum, toIo autem vindicare regnum, et restituere illud sicut erat antea : et electam feci multitudinem exercitus, et feci naves bellicas.

4. Volo autem procedere per regionem ut ulciscar in eos, qui corruperunt regionem nostram, et qui desolaverunt Civitates multas in regno meo.

5. Nunc ergo statuo tibi omnes oblationes, quas remiserunt tibi ante me omnes reges, et quaecumque alia dona remiserunt tibi:

6. Et permitto tibi facere percussuram proprii numismatis in regione tua:

7. Jerusalem autem sanctam esse, et liberam: et omnia arma, quae fabricata sunt, et praesidia, quae

1. En koning Antiochus, zoon van Demetrius, zond van de eilanden der zee brieven aan Simon, den priester en vorst des Joodschen volks, en aan het geheele volk1).

2. En zij waren van dezen inhoud: Koning Antiochus aan Simon, den hoogepriester, en aan het Joodsche volk heil!

3. Aangezien verderfelijke mannen het rijk onzer vaderen overweldigd hebben, wil ik daarentegen het rijk vrijveenten en het herstellen, zooals het te voren was; en ik heb eene menigte krijgsvolk uitgelezen en oorlogsschepen toegerust.

4. Ec wil dan door het land trekken om wraak te oefenen op hen, die ons gewest verdorven en die vele steden in mijn rijk verwoest hebben.

6. Nu dan wijs ik u alle bijdragen toe, welke u alle koningen vóór mij hebben kwijtgescholden, en alle andere giften hoedanig ook, waarvan zij u ontheven hebben2).

6. En ik sta u toe eigen munt te slaan in uw land3).

7. Jerusalem zij nu heilig en vrij1); en alle wapenen, die vervaardigd zijn, en de door u gebouwde ves.

*) Antiochus VII Sidetes was een zoon van Demetrius I Soter en een jongere broeder van koning Demetrius II Nicator, die door de Parthen was gevangen genomen (vgl. XIV 3). Antiochus, die naar den troon van Syrië stond, schreef uit Rhodus, een van de eilanden der Middellandsche Zee, eenen brief (v. 2—9) aan Simon om zich diens steun te verzekeren tegen Tryphon (v. 10) en andere mededingers,

«verderfelijke mannen» (v. 3), tegenover welke hij zich, steunende op zijn geboorterecht, koning noemt.

') Door bijdragen en giften worden hier belastingen aangeduid.

*) Dit recht volgde reeds uit de erkenning van Judea als zelfstandig rijk onder net beheer van Simon. Zie XIII 42 noot 20.

4) Zie X 31 noot 12.

Sluiten