Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23. Et in omnes regiones: etLampsaco, et Spartiatis, et in Delum, et in Myndum, et in Sicyonem, et in Cariam, et in Samum, et in Pamphyliam, et in Lyciam, et in Alicarnassum, et in Coo, et in Siden, et in Aradon, et in Rhodum, et in Phaselidem, et in Gortynam, et Gnidum, et Cyprum, et Cyrenen.

24. Exemplum autem eorum scripserunt Simoni principi sacerdotum, et populo Judajorum.

25. Antiochus autem rex applicuit castra in Doram secundo, admovens ei semper manus, et machinas faciens: et conclusit Tryphonem, ne procederet.

26. Et misit ad eum Simon duo millia virorum electorum in auxilium, et argentum, et aurum, et vasa copiosa:

27. Et noluit ea accipere, sed rupit omnia, quae pactus est cum eo antea, et alienavit se ab eo.

28. Et misit ad eum Athenobium unum de amicis suis, ut tr act ar et cum ipso, dicens: Vos tenetis Joppen, et Gazaram, et arcem, quae est in Jerusalem, civitates regni mei:

23. en naar alle landen, en aan Lampsacus en aan de Spartanen en naar Delos en naar Myndus en naar Sicyon en naar Carië en naar Samos en naar Pamphylië en naar Lycië en naar Halicarnassus en naar Cos en naar Sides en naar Aradus en naar Rhodus en naar Phaselis en naar Gortyne en naar Gnidus en naar Cyprus en naar Cyrene11).

24. Een afschrift daarvan schreven zij aan Simon, den opperpriester, en aan het Joodsche volk.

25. Koning Antiochus intusschen belegerde andermaal1») Dora, terwijl hij het gedurig aantastte en belegeringswerktuigen vervaardigde; en hij sloot Tryphon in, opdat hij er niet uitkwam.

26. En Simon zond hem twee duiS zend uitgelezen mannen ter hulp

en zilver en goud en vele toestelI len.

27. En hij wilde die niet aannemen13), maar 'verbrak alles, wat hij te voren met hem bedongen had en vervreemdde zich van hem.

28. En hij zond hem Athenobius, een zijner vrienden, om met hem te onderhandelen, zeggende: Gij houdt Joppe bezet en Gazara en den burcht te Jerusalem, steden van mijn rijk.

het schrijven van den brief nog niet gevangen, althans zijn gevangenschap was den Romeinen toen nog onbekend. Attalus (waarschijnlijk de Tweede) was koning van Pergamus; Ariarathus VI van Cappadocië; Arsaces was de koning der Parthen, die Demetrius II gevangen nam. Zie XIV 2.

") Lampsacus was eene stad van Mysië, in Klein-Azië, gelegen aan den Hellespont; Delos, heden DiH, een der eilanden van den Griekschen Archipel; Myndus, heden Mentech, eene stad van Carië, gelegen aan de Middellandsche Zee; Sicyon, heden Vasilica, een zee^ haven ten westen van Corinthe; Carië een gewest van Klein-Azië, ten westen van Lycië; Samos een eiland der Egeïsche Zee; Pamphylië een gewest van Klein-Azië, ten westen van Cilicië,

1 ten oosten van Lycië, dat in het zuiden en westen aan de Middellandsche Zee lag; Halicarnassus een stad van Carië, op een schiereiland gelegen; Cos een klein eiland der Egeïsche Zee; Sides een zeehaven in Pamphylië; Aradus, heden Arek, een eiland aan de kust van

Fhenicie; unoaus een hum Middellandsche Zee; Phaselis een zeehaven in Lycië; Oorlyne een stad op het eiland Creta; Gnidus eene stad in Carië; Cyprus een groot eiland in de Middellandsche Zee; Cyrene eene stad van Lybië, in het noorden van Afrika.

") Gr.1 den tweeden dag, nl. nadat hij het omsingeld had.

J") De voorspoed deed Antiochus denken, dat hij Simon's hulp en vriendschap kon missen.

Sluiten