Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Et veniens ibi Jeremias invenit I locum speluncae: et tabernaculum, et arcam, et altare incensi intulit illuc, et ostium obstraxit.

6. Et accesserunt quidam simul, qui sequebantur, ut notarent sibi locum: et non potuerunt invenire.

7. Ut autem cognovit Jeremias, culpans illos, dixit: Quod ignotus erit locus, donec congreget Deus congregationem populi, et propitius fiat:

8. Et tune Dominus ostendet haec, et apparebit majestas Domini, et nubes erit, sicut et Moysi manifestabatur, et sicut cum Salomon petiit ut locus sanctificaretur magno Deo, manifestabat haec. Exod. XL 82; III Reg. VIII11; II Par. FT 14.

9. Magnifice etenim sapientiam tractabat: et ut sapientiam habens, | obtulit sacrificium dedicationis, et consummationis templi.

10. Sicut et Moyses orabat ad Dominum, et descendit ignis de coelo, et consumpsit holocaustum, sic et Salomon oravit, et descendit ignis de coelo et consumpsit holocaustum. Lev. IX 28 24; II Par. VII1.

o. En daar aankomende vond Jeremias een plaats in eene spelonk, en hij bracht den tabernakel en de ark en het reukaltaar daarin en verstopte den toegang.

6. En sommigen, die hem gevolgd waren, kwamen te gelijker tijd naderbij om zich de plaats te kenteekenen, en zij konden ze niet vinden.

7. Toen nu Jeremias dit ontwaarde, zeide hij tot hunne bestraffing: De plaats zal onbekend zijn, totdat Ood de vergadering van het volk zal verzamelen en genadig zijn1);

8. en dan zal de Heer deze dingen aan den dag brengen, en zal de heerlijkheid des Heeren verschijnen en er eene wolk zijn, zooals er ook eene aan Moses getoond werd en gelijk Hij zulks vertoonde, toen Salomon vroeg, dat de plaats aan den grooten God zou worden toegeheiligd5).

9. Want heerlijk oefende hij wijsheid, en aangezien hij met wijsheid begaafd was, droeg hij een offer op der wijding en voltooiing van den tempel6).

10. Evenals ook Moses bad tot den Heer, en vuur van den hemel nederdaalde en het brandoffer verteerde, zoo bad ook Salomon, en vuur daalde neder van den hemel en verteerde het brandoffer.

niet de H. .Schrift die elders (II Mach. i VIII 23) «het heilig boek» of (I Mach. XII 9) «de heilige boeken» genoemd wordt. Over den berg, nl. Nebo; zie Deut. XXXII 49 en XXXIV 1 en 5. Gods erfdeel is het Heilig Land. Bij de inneming van Jerusalem beval Nabuchodonosor, die gunstig jegens Jeremias gezind was, hem op vrije voeten te stellen. Van die vrijheid en gunst maakte Jeremias gebruik om — natuurlijk met medehulp van anderen — de Ark enz. in veiligheid te brengen. Vgl. IV Reg. XXV 2—9; Jerem. XXXIX 2, 11 volg.; LH 12 volg.; I Par. XXI 29; HI Reg. Vffi 4; II Par. V 5.

*) Hier wordt niet de terugkomst : uit de ballingschap bedoeld, maar misschien het tijdperk van den Messias, I

die een nieuw rijk op aarde en in den hemel zou stichten. Zie noot 5.

•) Het hier voorspelde kan uitgelegd worden met betrekking tot den Messias, die de profetische beelden van Ark, tabernakel en reukaltaar in hunne vervulling zou vertoonen en zelf als de heerlijkheid zijns Vaders verschijnen, om (v. 7) in zijne barmhartigheid zijn volk in de Kerk te verzamelen. Anderen meenen hier voorspeld te zien, dat de Ark zal teruggevonden worden tegen het einde der wereld, als de Joden (v. 7) zich zullen bekeeren en in de Kerk verzameld worden. Over het gebeurde met Moses en Salomon vgl. Exod. XL 32 volg.; HI Reg. VHI 10 volg.; II Par. VII 1 volg.

6) Gr.: «En er werd ook aangetoond

Sluiten