Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Deoipi vero eos, qui credidis- I sent loco, et templo, quod per universum mundum honoratur, pro sui veneratione, et sanctitate omnino impossibile esse.

13. At ille pro his, qua habebat in mandatis a rege, dicebat omni genere regi ea esse deferenda.

14. Constituta autem die intrabat de his Heliodorus ordinaturus. Non modica vero per universam civitatem erat trepidatio.

15. Sacerdotes autem ante altare cum stolis sacerdotalibus jactaverunt se, et invocabant de coelo eum, qui de depositis legem posuit, ut his, qui deposuerant ea, salva custodiret.

16. Jam vero qui videbat summi sacerdotis vultum, mente vulnerabatur: facies enim, et color immutatus declarabat internum animi dolorem:

17. Circumfusa enim erat moestitia qusedam viro, et horror oorporis, per-quem manifestus aspicientibus dolor cordis ejus efficiebatur".

18. Alii etiam gregatim de domibus confluebant, pubHca supplicatione obsecrantes, pro eo quod in contemptum locus esset venturus.

19. Accinctseque mulieres ciliciis pectus, per plateas confluebant: sed et virgines, qua) conclusae erant, procurrebant ad Oniam, alias anten ad muros, quaedam vero per fene stras aspioiebant:

12. maar dat het geheel en al onmogelijk was diegenen te bedriegen8), die hun vertrouwen gesteld hadden in de plaats en in den tempel, welke in de geheele wereld in eere gehouden werd om zijne eerbiedwaardigheid en heiligheid.

13. Maar gene, overeenkomstig hetgeen hij van den koning in last had, zeide, dat die zaken in alle geval naar den koning moesten worden overgebracht.

14. Op eenen bepaalden dag nu trad Heliodorus binnen om daarover te beschikken. Niet gering was intusschen in de geheele stad de ontzetting.

15. De priesters nu wierpen zich voor het altaar neder in hunne priesterlijke gewaden en riepen om hulp van den hemel tot Dengene, die omtrent de toevertrouwde panden de wet heeft uitgevaardigd, om die ongeschonden te bewaren voor hen, die ze toevertrouwd hadden.

16. Wie intusschen het gelaat van den hoogepriester zag, werd getroffen in zijn gemoed; want zijn aangezicht en verandering van kleur getuigde van zijne innerlijke zielesmart;

17. immers een zekere neerslachtigheid overstelpte den man rondom, alsmede een huivering des. U-

| chaams, waardoor de smart zijns

I harten openbaar werd voor de toeschouwers.

| 18. Ook anderen stroomden troepsgewijze uit de huizen te zamen onder het bidden van een openbaar

I smeekgebed, omdat de plaats in verachting ging geraken. 19. En de vrouwen, de borst omgord met boetkleeden, stroomden door de straten samen, ja ook de jonkvrouwen, die opgesloten waren,

i spoedden naar Onias, anderen naar de muren, terwijl sommigen toeza-

| gen door de vensters9);

*) Namelijk in hun vertrouwen, door i afgezonderd en opgesloten in het ouder») De jonkvrouwen leefden meestal I tekst: «naar de poorten..

Sluiten