Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Universa) autem protendentes manus in ccelum, deprecabantur:

21. Erat enim misera commistae multitudinis, et magni sacerdotis in agone constituti exspectatio.

22. Et hi quidem invocabant omnipotentem Deum, ut credita sibi, his, qui crediderant, cum omni integritate conservarentur.

23. Heliodorus autem, quod decreverat, perficiebat eodem loco ipse cum satellitibus circa aerarium praesens.

24. Sed spiritus omnipotentis Dei magnam fecit sua) ostensionis evidentiam, ita ut omnes, qui ausi fuerant par ere ei, ruentes Dei virtute, in dissolutionem, et formidinem converterentur.

25. Apparuit enim illis quidam equus terribilem habens sessorem, optimis operimentis adornatus: isque cum impetu Heliodoro priores calces elisit: qui autem ei sedebat, videbatur arma habere aurea.

26. Alii etiam apparuerunt duo juvenes virtute decori, optimi gloria, speciosique amictu: qui ciroumsteterunt eum, et ex utraque parte f lagellabant, sine intermissione multis plagis verberantes.

27. Subito autem Heliodorus concidit in terram, eumque multa caligine circumfusum rapuerunt, atque in sella gestatoria positum ejecerunt

28. Et is, qui cum multis cursori-

20. allen intusschen verhieven de handen ten hemel en baden.

21. Want jammerlijk was de verwachting van de gemengde menigte en van den in doodstrijd verkeerenden hoogepriester.

22. En dezen riepen nu den almachtigen God aan, opdat hetgeen

I hun toevertrouwd was, voor hen, die het toevertrouwd hadden, geheel ongeschonden zoude bewaard worden.

23. Maar Heliodorus legde hetgeen hij bepaald had, ten uitvoer, in eigen persoon daar ter plaatse met zijne trawanten aanwezig bij de

I schatkamer.

24. Maar de geest van den almach| tigen God10) gaf eene groote duidelijkheid aan zijne tentoonspreiding, zoodat allen, die hem hadden durven gehoorzamen, door de kracht Gods terneervallend, met krachteloosheid en schrik geslagen werden.

25. Want er verscheen hun een paard, dat eenen schrikwekkenden ruiter had en met prachtige dekkleeden versierd was; en het sloeg met onstuimigheid zijne voorhoeven neder op Heliodorus; en die het bereed, scheen gouden wapenen te hebben.

26. Tevens verschenen twee andere jongelingen, uitmuntend van kracht, uitstekend van glans en sierlijk van gewaad; dezen stonden om hem en geeselcton hem van beide zijden, terwijl zij hem onophoudelijk tal van slagen toebrachten.

27. Nu viel Heliodorus plotseling ter aarde, en terwijl hem een groote duisternis omhulde11), nam men hem op en, hem in een draagstoel geplaatst hebbende, bracht men hem naar buiten.

28. En hij, die met vele boden en

") Gr. naar den God. Vatic: «De Heer der vaderen en de beheerscher van alle macht». Naar den Cod. Alex.: «De Heer der geesten», d. i. der engelen; vgl. v. 25, 26. In plaats van:

die hem hadden durven gehoorzamen, heeft de Grieksche tekst: die hadden durven samenkomen.

") Doordien hij in bezwijming gevallen was.

Sluiten