Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fensorem gentis suae, et aemulatorem legis Dei audebat insidiatorem regni

3. Sed, cnm inimioiti» in tantum proeederent, ut etiam per quosdam Simonis necessarios homicidia fierant:

4. Considerans Onias periculum contentionis, et Apollonium insanire, utpote ducem Ccelesyri», et Phcenicis, ad augendam malitiam

Simonis, ad regem se continu,

5. Non ut civium accusator, sed communem utilitatem apüd semetipsum universas multitudinis considerans.

6. Videbat enim sine regali providentia impossibile esse pacem rebus dari, nee Simonem posse cessare a stultitia sua.

7. Sed post Seleuci vitae excessum, cum suscepisset regnum Antiochus, qui Nobilis appellabatur, ambiebat Jason frater Oniae summum sacerdotium:

8. Adito rege, promittens ei argenti talenta trecenta sexaginta, et ex redditibus aliis talenta octoginta,

9. Super hasc promittebat et alia centum quinquaginta, si potestati ejus concederetur gymnasium, et ephebiam sibi constituere, et eos, qui in Jerosolymis erant, Antiochenos scribere.

den beschermer van zijn volk, en den q veraar voor Gods wet durfde hij eenen belager des rijks noemen.

3. Toen echter de vijandigheden zoo hoog liepen, dat zelfs door eenige aanhangers van Simon moorden gepleegd werden,

4. overwoog Onias het gevaar der twistzucht, alsook dat Apollonius»), als voogd over Coelesyrië en Phenicië, uitzinnig was in het bevorderen der boosheid van Simon, en

begaf hij zich naar aen Koning-;,

5. niet als aanklager zijner medeburgers, maar wijl hij bjj zich zeiven het gemeenschappelijk nut der geheele menigte beoogde.

6. Want hij zag in, dat het zonder 's konings voorzorg onmogelijk was vrede in de toestanden te brengen en dat Simon niet van zijne dwaasheid kon aflaten.

7. Maar toen, na den dood van Seleucus, Antiochus, die de Doorluchtige genoemd werd, het bewind aanvaard had, dong Jason4), broeder van Onias, naar het opperpriesterschap ;

8. hij begaf zich naar den koning en beloofde hem driehonderd en zestig talenten zilver benevens tachtig talenten uit andere inkomsten6).

9. Daarenboven beloofde hij nog eens honderd en vijftig talenten, indien het aan zijne bevoegdheid overgelaten werd zich een worstelperk en een oefenschool in te richten en degenen, die te Jerusalem verbleven, als burgers van Antio-

I chië in te schrijven6).

*) Namelijk naar Seleucus IV. Welke de uitslag van die reis was, is onbekend. In v. 7 wordt de dood van Seleucus vermeld en in v. 33 de vlucht van Onias naar Daphne, waar hij vier of vijf jaren na den dood van Seleucus vermóórd werd. Of hij in den tusschentijd naar Jerusalem teruggekeerd was en daar het opperpriesterschap uitoefende, is onzeker.

*) Jason was een Grieksche vorm, waarin hij zijnen naam, Jesus, naar

Fl. Josephus, zelf veranderd had.

») Te zamen twee millioen, indien Hebreeuwsche, of ongeveer één nulJJoen, indien Syrische of Attische talenten bedoeld zijn. De uitdrukking uit andere inkomsten doet gissen, dat de 360 eerstgenoemde talenten uit den schat des tempels of uit de inkomsten daarvan zouden gevonden worden.

•) Over het worstelperk zie I noot 18. De oefenschool was vooral bestemd om jongere lieden naar geest en lichaam te oefenen. Aan het burgerrecht van

Sluiten