Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lonio Mnesthei filio propter primatos Ptolemaei Philometoris regis, cum cognovisset Antiochus alienum se a negotiis regni effectum, propriis utilitatibus consulens, profectus inde venit Joppen, et inde Jerosolymam.

22. Et magnifice ab Jasone, et civitate susceptus, cum facularum luminibus, et laudibus ingressus est: et inde in Phoenicem exercitum convertit.

23. Et post triennii tempus misit Jason Menelaum supradioti Simonis fratrem portantem pecunias regi, et de negotiis necessariis responsa perlaturum.

24. At ille commendatus regi, cum magnificasset faciem potestatis ejus, in semetipsum retorsit summum sacerdotium, superponens Jasoni talenta argenti trecenta.

25. Acceptisque a rege mandatis, venit, nihil quidem habens dignum sacerdotio: animos vero crudelis tyranni, et ferae belluae iram gerens.

26. Et Jason quidem, qui pro-

") De reden der zending van Apollonius ia hier niet duidelijk aangegeven; de Grieksche tekst is in de verschillende handschriften niet eensluidend en duister; de zin kan zijn, dat Apollonius een vergadering der aanzienlijken van Egypte moest bijwonen. Door hem vernam Antiochus, dat de Egyptenaren aanspraak maakten op Coelesyrië, Phenicië en Palestina, die vroeger aan de moeder van Ptolemeüs Philometor, Cleopatra, door haren vader, Antiochus den Groote, als huwelijksgift beloofd waren; de belangen van Antiochus waren dus in strijd met die van dat rijk. Naar den Griekschen tekst kan de zin zijn: Antiochus had vernomen, dat Ptolemeüs Philometor vijandig geworden was aan de belangen van Antiochus

van Mnestheus, naar Egypte gezonden was om wille der aanzienlijken van koning Ptolemeüs Philometor, en Antiochus vernomen had, dat hij met de belangen des rijks in strijd gewikkeld was, vertrok hij, op eigen voordeel bedacht, van daar naar Joppe en van daar naar Jerusalem17).

22. En hij werd luisterrijk door Jason en de burgerij ontvangen en hield zijne intrede onder fakkellicht en toejuichingen. En van daar voerde hij zijn leger naar Phenicië.

23. En na verloop van driejaren zond Jason Menelaüs, broeder van bovengenoemden Simon, om de geldsommen naar den koning te brengen en berichten over dringende zaken te gaan geven18).

24. Toen deze zich echter bij den koning aanbevolen had, doordien hij het aanzien van diens macht verheerlijkte19), bekuipte hij het opperpriesterschap voor zich, door driehonderd talenten zilver meer te bieden dan Jason.

25. En nadat hij 's konings bevelen ontvangen had, kwam hij, zonder iets te hebben wat het priesterschap waardig was20), terwijl hij daarentegen de driften van een wreeden dwingeland en de grimmigheid van een wild dier bezat

26. En zoo is dan Jason, die zijn

of dat Ptolemeüs vreemd was geworden aan het rijksbestuur, m. a. w. in zijne belangen gekrenkt werd door zijnen broeder Physcon en diens aanhangers. Zie I Mach. I noot 22 en X noot 34.

1S) De drie jaren moeten gerekend worden sedert Jason in het bezit van het opperpriesterschap was gekomen. Vgl. v. 7—10. Voor Simon zie III 4 en IV 1; voor de geldsommen zie v. 8 en 9.

") Gr.: «met zich groot te maken door den uiterlijken schijn van (zijne) macht».

n) ' Menelaüs was van den stam Benjamin (vgl. III 4) en kon dus, afgezien van zijne onwaardigheid, het opperpriesterschap niet bekleeden.

Sluiten