Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Jussit autem militibus interficere, nee parcere occursantibus, et per domos ascendentes trucidare.

13. Fiebant ergo cades juvenum, ac seniorum, et mulierum, et natorum exterminia, virginumque et parvulorum neces.

14. Erant autem toto triduo octoginta millia interfecti, quadraginta millia vincti, non minus autem venundati.

15. Sed nee ista sufficiunt: ausus est etiam intrare templum universa terra sanctius, Menelao ductore, qui legum et pa tria f uit proditor:

16. Et scelestis manibus sumens sancta vasa, qua ab aliis regibus, et civitatibus erant posita ad ornatum loei, et gloriam, contrectabat indigne, et contaminabat.

17. Ita alienatus mente Antiochus, non considerabat quod propter peccata habitantium civitatem, modicum Deusfueratiratus: propter quod et acoidit circa locum despectio:

18. Alioquin nisi oontigisset eos multis peccatis esse involutos, sicut Heliodorus, qui missus est a Seleuco rege ad exspoliandum aerarium, etiam hic statim adveniens flagellatus, et repulsus utique fuisset ab audacia. Supra III 25, 27.

19. Verum non propter locum, gentem: sed propter gentem, locum Deus elegit.

12. Nu gaf hg aan de soldaten bevel om te moorden, en die hun te gemoet kwamen8) niet te sparen, en die op de huizen klommen om te brengen.

13. Zoo werden dan slachtingen aangericht van jongelieden en ouderen, en verdelgingen van vrouwen en kinderen, en moorderijen van maagden en kleinen.

14. In de gezamenlijke drie dagen werden er tachtig duizend gedood, veertig duizend in boeien geslagen en niet minder werden er verkocht9).

15. Maar ook daarbij blijft het niet: hij durfde zich zelfs begeven in den heiligsten tempel der geheele aarde, onder het geleide van Menelaüs, die een verrader was van wetten en vaderland.

16. _ En met goddelooze handen de heilige vaten nemend, die door andere koningen en steden waren aangebracht tot sieraad en luister der plaats, betastte hij die onbetamelijk en bezoedelde ze.

17. Zoo uitzinnig geworden, gaf Antiochus er geen acht op, dat God wegens de zonden van de inwoners der stad voor een korten tijd vertoornd was, weshalve ook versmading over de plaats kwam10).

18. Want anders, ware het niet geschied, dat zij in vele zonden bevangen waren, dan zoude, evenals Heliodorus11), die door koning Seleucus gezonden was om de schatkamer te plunderen, ook deze terstond bij zijne komst gegeeseld m ongetwijfeld van zijne vermetelheid weerhouden zijn geworden.

19. God echter verkoos het volk liet om de plaats, maar de plaats >m het volk11).

•) Degenen, die zij op de straat ontmoetten, zoowel als degenen, die de vlucht namen op de bovenverdiepingen en platte daken der huizen.

*) Naar den Griekschen tekst werden er tachtig duizend verdorven, te weten veertig duizend, die gedood, en veertig duizend, die verkocht werden.

") Blijkens het Grieksch is de zin, I

I dat de zonden van Israël de reden waren, waarom God de heilige plaats

| des tempels veronachtzaamde en ze straffeloos liet ontheiligen door Antiochus, die in zijnen hoogmoed alles aan

l zijne overmacht toeschreef. ") Vgl. III 25.

") God verkoos Israël boven alle andere volken om den schat der open-

Sluiten