Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pacem simulans, quievit usque ad diem sanctum sabbati: et tune feriatis Judaeis arma capere suis praecepit.

26. Omnesque qui ad spectaculum processerant, trucidavit: et civitatem cum armatis discurrens, ingentem multitudinem peremit.

27. Judas autem Machabaeus, qui decimus fuerat, secesserat in desertum locum, ibique inter feras vitam in montibus cum suis agebat: et foeni cibo vescentea, demorabantur, ne participes essent coinquinationis.

gekomen was, hield hij zich met geveinsde vredelievendheid stil tot aan den heiligen sabbatdag, en terwijl de Joden vierdag hielden, gaf nf' d»n lijnen bevel zich te wapenen.

26. En allen, die voor het schouwspel») naar buiten gekomen waren, vermoordde hij, en de stad met wapenknechten doorkruisend, bracht hij eene overgroote menigte om het

27. IntuBschen was Judas de Machabeër met negen anderen naar de woestijn getrokken en leefde daar tusschen de wilde dieren op het gebergte met de zijnen, en zich met kruiden als spijs voedend, bleven zij daar om met deelachtig te worden aan de verontreiniging18).

CAPUT VI.

HOOFDSTUK VI.

Antiochus dwingt de Joden tot afgoderij, laai den tempel ontheiligen en de "ZtJr?ehfoentTbTgen (V' 2-n)- Redenen, waarom God zulks toelaat fv. 12—17). Standvastigheid, goed voorbeeld en marteldood van Eleazarus fv. 18—31).

1. ' Sed non post multum temporis misit rex senem quemdam Antiochenum, qui compelleret Judaeos ut se transferrent a patriis, et Dei legibus:

2. Contaminare etiam quod in Jerosolymis erat templum et cognominare Jovis Olympii: et in Garizim, prout erant hi, qiü locum inhabitabant, Jovis hospitalis.

") Namelijk om de plechtigheden van den eeredienst bij te wonen; volgens anderen om getuigen te zijn van een door Apollonius te houden wapenschouwing.

ie) Om niet gedwongen te worden tot heidensche offers en spelen, tot het eten van onreine spijzen of tot eenen verontreinigenden omgang met heidenen. De schrijver maakt hiervan en van Judas den Machabeër (niet van diens vader, Ma-

1. En niet langen tijd daarna zond de koning een zekeren grijsaard uit Antiochië, ten einde de Joden te dwingen om van de voorvaderlijke en goddelijke wetten af te wijken1),

2. en om tevens den tempel, die zich te Jerusalem bevond, te ontreinigen en daaraan den naam te geven van

dupner uiympius, en aan dien te Garizim, in overeenkomst met degenen, welke die plaats bewoonden, dien van Jupiter Hospitalis2).

thathias, en broeders) te dezer plaatse m het kort gewag, om op het eene ih Hoofdstuk VI, op het andere in Hoofdstuk VIII uitvoeriger terug te komen.

') Thans volgt een meer uitgebreid verhaal van hetgeen in het kort aangeduid wordt I Mach. I 65 volg. De Grieksche tekst heeft: «eenen grijsaard uit Athene». 4

*) Jupiter heet Olympius als bewo-

VII

Sluiten