Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f as carnes porcinas, flagris, et taureis cruciatos.

2. Unus autem ex illis, qui erat primus, sic ait: Quid quaeris, et quid vis discere a nobis? parati sumus mori, magis, quam, patrias Dei leges prsavaricari.

3. Iratus itaque rex jussit sartagines, et ollas seneas succendi: quibus statim succensis,

4. Jussit, ei, qui prior fuerat locutus, amputari linguam: et cute capitis abstracta, summas quoque manus et pedes ei prasscindi, ceteris ejus fratribus, et matre inspicientibus.

5. Et, cum jam per omnia inatilis factus esset, jussit ignem admoveri, et adhuc spirantem torreri in sartagine: in qua cum diu cruciaretur, ceteri una cum matre invicem se hortabantur mori fortiter,

6. Dicentes: Dominus Deus aspiciet veritatem, et consolabitur in nobis, quemadmodum in protestatione cantici declaravit Moyses: et in servis suis consolabitur. Deut. XXXII 86, 48.

7. Mortuo itaque illo primo, hoe modo, sequentem deducebant ad illudendum: et, cute capitis ejus

den koning gedwongen werden om, in strijd met de Wet, varkensvleesch te eten, terwijl zij met geesels en bullepezen gemarteld werden.

2. Maar een van hen, die de eerste2) was, sprak aldus: Wat zoekt gij, en wat wilt gij van ons vernemen ? Wij zijn bereid te sterven, liever dan de goddelijke wetten onzer vaderen te schenden.

3. Vol toorn gaf nu de koning bevel metalen pannen en ketels heet te maken; en toen zij onverwijld heet gemaakt waren*),

4. beval hij dengene, die het eerst gesproken had, de tong af te snijden en, nadat hem de huid van het hoofd gestroopt was, hem ook de toppen der handen en der voeten af te kappen, ten aanschouwen van zijne overige broeders en zijne moeder.

5. En toen deze nu geheel en al verminkt was, gebood hij vuur aan te brengen en hem nog levend te braden in eene pan. Terwql mj nu daarin langen tijd gefolterd werd*), moedigden de overigen te gelijker tijd met hunne moeder elkander aan om kloekmoedig te sterven,

6. zeggende: De Heere God zal de waarheid zien en zich over ons ontfermen, geüjk Moses in de betuiging van zijn lied verklaard heeft: En HU zal zich ontfermen over zijne dienaren*).

7. Nadat de eerste dan op die wijze gestorven was, bracht men den volgende aan ter beschimping»), en

tegenwoordig was, in allerijl was terug- I gekeerd. Naar den H. Hiëronymus bestond te zijnen tijde het graf der zeven broeders nog bij Antiochië.

*) Naar het Gr.: «de woordvoerder».

») Zie v. 5.

*) Gr.: «en terwijl de wasem der pan zich in ruime mate verspreidde».

*) In welken zin hier de waarheid moet genomen worden, is niet zeer duidelijk; de bedoeling is waarschijnlijk, dat God acht zal geven op de trouw, waarmede zijne dienaren aan de waarheid en de Wet gestand blijven. In

het lied (Deut XXXI 28 volg.), waarin Moses hemel en aarde ter betuiging tegen het volk Israël oproept, staat naar den Hebreeuwschen tekst: «en Hii zal zich over zijne dienaren ontfermen». De Schrijver haalt die woorden aan naar de Septuagint; niet weinigen vertalen deze door: de Heer zal züne dienaren troosten; anderen: de Heer zal troost (behagen) scheppen in zijne dienaren, nL in hunne redding, ol wel bn het zien van hunne getrouwheid en volharding. • ■•

') Om hem smadelijk te folteren.

Sluiten