Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14. Gorgias autem, cum esset duz locorum, assumptis advenis, frequenter Judaeos debellabat. 1 Mach. V 59.

15. Judaei vero, qui tenebant opportunas munitiones, fugatos ab Jerosolymis suscipiebant, et bellare tentabant.

16. Hi vero, qui erant cum Machabaeo, per orationes Dominum rogantes ut esset sibi adjutor, impetum fecerunt in munitiones Idumaeorum:

17. Multaque vi insistentes, loca obtinuerunt, occurrentes interoraerunt, et omnes simul non minus viginti millibus trucidaverunt.

18. Quidam autem, cum confugissent in duas turres valde munitas, omnem apparatum ad repugnandnm habentes, I Mach. V 5.

19. Machabaeus ad eorum expugnationem, relicto Simone, et Josepho, itemque Zachaeo: eisque qui cum ipsis erant satis multis, ipse ad eas, quae amplius perurgebant, pugnas conversus est.

20. Hi vero, qui cum Simone erant, cupiditate ducti, a quibusdam, qui in turribus erant, suasi sunt pecunia : et Septuaginta millibus didrachmis acceptis, dimiserunt quosdam effugere.

21. Cum autem Machabaeo nuntiatum esset quod factum est, principibus populi congregatis, accusavit,

') Gorgias was onder Lysias als landvoogd aangesteld. Vgl. 1 Mach. III 38.

l0) Gr.: «Te gelijker tijd met hem kwelden de Idumeërs, die goed gelegen sterkten in hunne macht hadden, de Joden en trachtten zij door het opnemen dergenen, die van Jerusalem verdreven waren (nl. der afvallige Joden),

14. Gorgias nu, landvoogd geworden, wierf vreemde troepen aan en voerde herhaaldelijk 'Strijd tegen de Joden9).

15. De Joden echter, die goed gelegen sterkten bezet hielden, namen degenen, die uit Jerusalem verdreven waren, op en poogden oorlog te voeren10).

16. Degenen evenwel, die zich bij den Machabeër bevonden, smeekten in gebeden den Heer, dat Hij hun tot helper zou zijn, en zij déden eenen aanval op de verschansingen der Idumeërs11),

17. en met groot geweld aandringend, vermeesterden zij de stellingen, doodden degenen, die wederstand boden, en brachten er, alles te zamen, niet minder dan twintig duizend om het leven.

18. Toen echter eenigen") in twee zeer sterke torens gevlucht waren en zij alle krijgstuig ter verdediging bezaten,

19. liet de Machabeër om hen te vermeesteren Simon en Joseph benevens Zacheüs en die met hen waren in tamelijk groote menigte achter, en hij trok zelf af voor meer dringende krijgsbedrijven18).

20. Zij nu, die bij Simon waren, lieten zich, door hebzucht gedreven, door sommigen, die zich m de torens bevonden, voor geld overhalen, en nadat zij zeventig duizend dubbele drachmen hadden ontvangen, lieten zij er eenigen ontvluchten.

21. Toen men echter aan den Machabeër geboodschapt had wat er geschied was, vergaderde bij de oversten des volks en bracht ter

den oorlog gaande te houden».

») Vgl. I Mach. V 3—65.

") Gr.: «negen duizend». Vgl. 1 Mach. V 5. De twee torens waren ongetwijfeld verschansingen van vrij grooten omvang of deelen daarvan.

") Voor Simon en Joseph zie VIII 22. Wie Zacheüs was, is onbekend.

Sluiten