Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

8. Sed cum cognovisset et eos, qui erant Jamnia», veile pari modo facere habitantibus secum Judaeis,

9. Jamnitis quoque nocte supervenit, et portum cum navibus succendit: ita ut lumen ignis appareret Jerosolymis a stadiis ducentis quadraginta.

10. Inde cum jam abiissent novem stadiis, et iter facerent ad Timotheum, commiserunt cum eo Arabes quinque millia viri, et equites quingenti.

11. Cumque pugna valida fieret, et auxilio Dei prospere cessisset, residui Arabes victi, petebant a Juda dextram sibi dari, promittentes se pascua daturos, et in ceteris profuturos. I Mach. V 39.

12. Judas autem, arbitratus vere in multis eos utiles, promisit pacem:

dextrisque acceptis, discessere ad tabernaoula sua.

13. Aggressus est autem et civir tatem quamdam firmam pontibus murisque circumseptam, quae a turbis habitabatur gentium promiscuarum, cui nomen Casphin.

14. Hi vero, qui intus erant, confidentes in stabilitate murorum, et apparatu alimoniarum, remissius agebant, maledictis lacessentes Ju-

i dam, et blasphemantes, ac loquentes quae fas non est.

voer gelegd; Jonathas nam Joppe in (I Mach. X 76), en Simon verdreef daaruit alle heidenen, zoodat Joppe een bij uitstek Joodsche vesting werd (I Mach. XIII 11 en XIV 5, 34).

*) Ongeveer tien uren gaans.

') Rondzwervende Arabische stammen drongen herhaaldelijk in Palestina binnen. Is de opgave van negen stadiën.juist, dan waren de hier vermelde Arabieren waarschijnlijk van den kant van Egypte gekomen. Sommigen mee-

8. Toen hij intusschen vernomen had, dat die van Jamnia op dezelfde wijze wilden te werk gaan met de Joden, die bij hen woonden,

9. overviel hij ook die van Jamnia des nachts en stak de haven met de schepen in brand, zoodat de gloed der vlam gezien werd te Jerusalém, tweehonderd veertig stadiën ver6).

10. Toen zij vervolgens reeds negen stadiën ver van daar vertrokken waren en tegen Timotheüs oprukten, vielen hem Arabieren aan met vijf duizend man en vijfhonderd ruiters7).

11. En toen het gevecht hevig geworden en met Gods hulp voordeelig afgeloopen was, vroegen de overgebleven overwonnen Arabieren aan Judas hun de rechterhand te reiken, terwijl zij beloofden, dat zij weidegronden zouden geven en voor het overige diensten bewijzen8)lv

12. Judas dan van oordeel zijnde, dat zij inderdaad in vele opzichten van dienst waren, beloofde vrede, en, nadat zij de rechterhand gekregen hadden, trokken zij af naar hunne tenten.

13. Daarenboven tastte hij zekére versterkte, met bruggen en muren omringde stad aan, die door scharen van gemengde volkeren bewoond werd, met name Casphin9).

14. Zij echter, die daarin waren, vertrouwden op de hechtheid der muren en den voorraad van leeftocht, en gingen vrij uitgelaten te werk, terwijl zij Judas met verwenschingen tartten en lasterden en onbehoorlijke taal spraken.

nen echter, dat negen hier een schrijffout is, en dat het hier verhaalde eeni aanvulling is van hetgeen I Mach.v.vj 25 volg. gezegd wordt omtrent de Nabutheên.

s) Voor overgebleven heeft het Qp,<.t: «rondzwervende», en in plaats van dfiot? weidegronden kan men het Grieksch ook door'«vee» vertalen, wat ongetwijfeld door het herdersvolk, de Arabieren/beloofd werd.

") Casphin is waarschijnhjk dezelfde

Sluiten