Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27. Post horum fugam, et necem, movit exercitum ad Ephron civitatem munitam, in qua multitudo diversarum gentium habitabat: et robusti juvenes pro muris oonsistentes fortiter repugnabant: in hac autem machina? multa?, et telorum erat apparatus.

28. Sed, cum Omnipotentem invocassent, qui potestate sua vires hostium confringit, ceperunt civitatem: et ex eis, qui intus erant, viginti quinque millia prostraverunt.

29. Inde ad civitatem Scytharum abierunt, qua) ab Jerosolymis sexcentis stadiis aberat. I Mach. V 62.

30. Contestantibus autem his, qui apud Scythopolitas erant, Judaeis, quod benigne ab eis haberentur, etiam temporibus infelicitatis quod modeste secum egerint:

31. Qratias agentes eis, et exhortati etiam de cetero erga genus suum benignos esse, venerunt Jerosolymam die solemni septimanarum instante.

32. Et post Pentecosten abierunt contra Gorgiam praepositum Idulïl PUP

33. Exivit autem cum peditibus tribus millibus, et equitibus quadringentis.

34. Quibus congressis, contigit paucos ruere Judaeorum.

35. Dositheus vero quidam de Bacenoris eques, vir fortis, Gorgiam tenebat: et, cum vellet illum capere vivum, eques quidam de Thracibus irruit in eum, humerumque ejus amputavit: atque ita Gorgias effugit in Maresa.

") Zie I Mach. V noot 21. I

") Zie I Mach. V noot 24.

") Het Pinksterfeest werd het feest \

27. Nadat dezen gevlucht en omgebracht waren, voerde hij zijn leger naar Ephron17), een versterkte stad, waar eene menigte van verschillende volken woonde; en kloeke, voor de muren opgestelde jongelingen boden dapper weerstand; daarbinnen bevond zich veel oorlogstuig en een voorraad van schichten.

28. Nadat zij echter den Alvermogende hadden aangeroepen, die door zijne macht de krachten der vijanden verbreekt, namen zij de stad in en velden er vijf en twintig duizend neder van degenen, die zich daarin bevonden.

29. Vandaar trokken zij naar de stad der Scythen"), die zeshonderd stadiën van Jerusalem lag.

30. Daar echter de Joden, die bij de Scythopolitanen woonden, getuigden, dat zij welwillend door hen behandeld werden, en dat men hen ook in de ongeluksdagen met inschikkelijkheid bejegend had,

31. betuigden zij dank aan dezen en spoorden zij hen aan om ook voortaan jegens hunnen stam welwillend te wezen, en kwamen zij te Jerusalem bij het invallen van den feestdag der weken19).

32. En na het Pinksterfeest trokken zij op tegen Gorgias, landvoogd van Idumea.

33. Deze nu rukte uit met drie duizend" voetknechten en vierhonderd ruiters.

34. Toen zij dan handgemeen geworden waren, geschiedde het, dat een klein aantal Joden viel.

35. Maar een zekere Dositheüs, een der ruiters van Bacenor, een kloek man, greep Gorgias vast; en toen bij hem levend wilde vangen, wierp zich een der Thracische ruiters op hem en hieuw hem den schouder af, en zoo ontkwam Gorgias naar Maresa20).

der weken genoemd, omdat het zeven weken na het Paaschfeest gevierd werd. ,0) Bacenor was bevelhebber van

Sluiten