Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Erat autem in eodem loco turris quinquaginta cubitorum, aggestum undique habens cineris: haec prospectum habebat in prseceps.

6. Inde in cinerem dejici jussit sacrilegum, omnibus eum propellentibus ad interitum.

7. Et tali lege praevaricatorem legis contigit mori, nee terra) dari Menelaum.

8. Et quidem satis juste: nam quia multa erga aram Dei delicta commisit, cujus ignis, et cinis erat sanctus: ipse in cineris morte damnatus est.

9. Sed rex mente effrenatus veniebat, nequiorem se patre suo Judaeis ostensurus.

10. Quibus Judas cognitis, praecepit populo ut die ac nocte Dominum invocarent, quo, sicut semper, et nunc adjuvaret eos:

11. Quippe qui lege, et patria, sanctoque templo privari vererentur: ac populum, qui nuper paululum respirasset, ne sineret blasphemis rursus nationibus subdi.

12. Omnibus itaque simul id facientibus, et petentibus a Domino misericordiam eum fletu, et jejuniis, per triduüm continuüm prostratis,

5. Nu bevond er zich in dezelfde plaats een toren van vijftig el hoogte, die van alle kanten opgehoopte aseh bevatte en steil naar beneden uitzag5).

6. Van daar deed hij den heiligschenner naar beneden werpen in de asch, terwijl allen hem ten ondergang vooruitstieten6).

7. En op die wijze gebeurde het, dat de wetsverkrachter Menelaüs omkwam, en niet ter aarde besteld werd.

8. En zulks inderdaad welverdiend ; want dewijl hij tal van misdrijven gepleegd had tegen Gods altaar, waarvan het vuur en de asch heilig is, werd hij zelf veroordeeld om den dood te vinden in de asch.

9. Intusschen kwam de koning in toomeloozen hartstocht aan, om zich nog kwaadaardiger tegenover de Joden te toonen dan zijn vader.

10. Toen Judas dit vernam, gaf hij aan het volk bevel den Heer dag en nacht aan te roepen, opdat Hij hen, als steeds, ook nu zou helpen,

11. aangezien zij vreesden beroofd te worden van wet en vaderland en heiligen tempel, en opdat Hij niet zou toelaten, dat het volk, hetwelk onlangs een weinig tot verademing gekomen was, opnieuw onderworpen werd aan de lasterende volkeren.

12. Toen dus allen dit gezamenlijk gedaan en den Heer om barmhartigheid gebeden hadden met geween en vasten, en zij zich drie

*) Gr.: «Er bevindt zich daar een toren van vijftig el (d. i. ongeveer vijf en twintig meter), vol van (ongetwijfeld gloeiende) asch; daarin bevond zich een ronddraaiend werktuig, dat van alle kanten helde naar de asch»,

*) Waarschijnlijk bestond de doodstraf daarin, dat de veroordeelde op de asch viel en stikte of een langzamen vuurdood vond. Gr.: «Daar hebben allen den heiligschenner, die daarenbo¬

ven ook nog een overmaat van eenige andere boosheden geworden was, ten ondergang afgestooten». Naar Flavius Josephus werd Menelaüs niet bij het begin, maar bij het einde van dezen veldtocht ter dood gebracht. Is dit juist, dan geeft de schrijver hier reeds te voren daarvan bericht om terstond na de vermelding der kuiperijen van Menelaüs (zie v. 3) ook den einduitslag voor hem mede te deelen.

Sluiten