Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19. Et Bethsurse, quae erat Judaeorum praesidium munitum, castra admovebat: sed fugabatur, impingebat, minorabatur.

20. His autem, qui intus erant, Judas necessaria mittebat.

21. Enuntiavit autem mysteria hostibus Rhodocus quidam de Judaico exercitu, qui requisitus comprehensus est, et conclusus.

22. Iterum rex sermonem habuit ad eos, qui erant in Bethsuris: dextram dedit: accepit: abiit:

23. Commisit cum Juda, superatus est. Ut autem cognovit rebellasse Philippum Antiochiae, qui relictus erat super negotia, mente consternatus Judaeos deprecans, subditusque eis, jurat de omnibus, quibuS justum visum est: et reconciliatus obtulit sacrificium, honoravit templum, et munera posuit:

24. Machabaeum amplexatus est, et fecit eum a Ptolemaide usque ad Gerrenos ducem et principem.

25. Ut autem venit Ptolemaidam, gravi ter ferebant Ptolemenses amicitiae conventionem, indignantes ne forte fcedus irrumperent.

26. Tune ascendit Lysias tribunal,

8) Zie I Mach. IV noot 37.

10) De plannen van Judas, de stellingen en strijdkrachten der Joden, de zwakke zijden der vestingen enz.

") De bewoners van Bethsura sloten een eervol verdrag, genoopt als zij werden door gebrek aan leeftocht. Zie I Mach. VI 49.

") Vgl. I Mach. VI 42.

") Desniettemin verbrak hij zijne belofte, althans voor een gedeelte. Vgl. I Mach. 55—63.

u) Ptolemaïs (zie I Mach. V noot 10) lag aan de Middellandsche Zee, in

19. en hij ging legeren voor Bethsura'), dat eene sterke vesting der Joden was, maar hij werd verdreven, gestuit, verzwakt

20. Intusschen zond Judas het noodige aan degenen, die zich daarin bevonden.

21. Maar een zekere Rhodocus uit het Joodsche leger openbaarde aan de vijanden de geheimen10); hij werd echter gezocht, gegrepen en opgesloten.

22. Nogmaals trad de koning in onderhandeling met degenen, die zich te Bethsura bevonden, gaf de rechterhand, ontving ze, en trok af11).

23. Hij raakte slaags met Judas en werd overwonnen11). Toen hij nu vernam, dat Philippus, die als bewindvoerder was achtergelaten, te Antiochië oproer gemaakt had, werd hij neerslachtig gestemd, vroeg om verschooning aan de Joden, en voor hen zwichtende, bezwoer hij alles wat rechtmatig scheen, en na de verzoening droeg hij een offer op, eerde den tempel en bood geschenken aan18).

24. Hij omarmde den Machabeër en stelde hem van Ptolemaïs tot bij de Gerreners aan als hoofd en vorst11).

25. Toen hij echter te Ptolemaïs kwam, waren die van Ptolemaïs ontevreden over het verdrag van vriendschap, verontwaardigd als zij waren, dat men wellicht het verbond zou verbreken18).

26. Alsdan beklom Lysias den

het noorden*, de Gerrenen, d. i. de inwoners van Gerara (volgens anderen: die van Gerar, bij Gaza) woonden aan die Zee, in het zuiden van Palestina. Judas werd dus aangesteld over het gansche kustland.

"•) De zin is wellicht: daar zij er over gebelgd waren, dat zij misschien later door de Joden, aan welke zij onderworpen werden, zouden kunnen gedwongen worden om hun verbond met de Syriërs te verbreken. Gr.: «want zij waren ontevreden, weshalve zij de gesloten verdragen wilden verbreken».

Sluiten