Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

utrisque manibus projecit super turbas, invocans dominatörem vitae ao spiritus, ut haec illi iterum redderet: atque ita vita defunctus est.

handen op dé benden27), terwijl hij den Heer van leven en geest inriep om ze hem terug te geven; en zoo is hij verscheiden.

CAPUT XV. HOOFDSTUK XV.

Nicanor wil in zijnen hoogmoed de Joden op den sabbat aanvallen, maar slaagt daarin niet (v. 1—6). Judas boezemt den zijnen moed in, wapent hen en verhaalt hun de verschijning van den hoogepriester Onias, die voor hen bidt, en van Jeremias, die hem een gouden zwaard geeft tot onderpand der overwinning (v. 7—16). Moed en godvreezendheid der Joden; Judas roept tot Ood om hulp (v. 17—24). Nicanor wordt door hem overwonnen en sneuvelt (v. 25—28). Judas laat hem het hoofd en de hand afhouwen en zendt die naar Jerusalem (v. 29—85). Instelling van een feestdag ter herinnering (v. 86—87). Slot van het verhaal (». 88—40).

1. Nicanor autem, ut comperit Judam esse in locis Samariae, cogitavit cum omni impetu die sabbati oommittere bellum. I Mach. VII26.

2. Judaeis vero, qui illum per necessitatem sequebantur, dicentibus: Ne ita ferociter, et barbare feceris, sed honorem tribue diei sanctificationis, et honora eum, qui universa conspicit:

3. Ule infelix interrogavit, si est potens in coelo, qui imperavit agi diem sabbatorum.

I 1. Toen nu Nicanor vernam, dat Judas zich in de streken van Samaria bevond, besloot hij, met alle geweld een gevecht te leveren op den sabbatdag1).

2. Toen daarentegen de Joden, die hem uit noodzakelijkheid volgden2), zeiden: Ga niet zoo woest en barbaarsch te werk, maar geef eer aan den dag der heiliging, en eer aan Dengene, die alles ziet,

3. vroeg die ongelukkige, of er een Machtige in den hemel is, die bevel gegeven heeft den sabbatdag te vieren*).

") Namelijk op zijne vervolgers; waarschijnlijk om daardoor openlijk te betuigen, dat de schuld van zijnen dood op hen nederkwam en dat hij daarom met recht hoopte op Gods rechtvaardigheid en almacht, die hem bij de verrijzenis datgene verheerlijkt zou teruggeven, wat hij uit trouw aan de Wet en uit naastenliefde had ten offer gebracht.

') Volgens I Mach. VII 40 bevond zich Judas meer bepaaldelijk te Adarsa, ongeveer halfweg tusschen Jerusalem en Bethoron. Vgl. I Mach. VII noot 16. Gr., in plaats van met alle geweld:

«met alle zekerheid»; Nicanor hoopte namelijk, dat de Joden zich op den sabbatdag niet zouden verdedigen. Vgl. I Mach. II 84—41.

•) Die door Nicanor met geweld waren ingelijfd.

') Nicanor wilde niet het bestaan van eenen God in twijfel trekken, maar alleen uitdrukken, dat er op aarde geene macht was, die hem tot het houden van de sabbatsrust kon dwingen, daar hij boven zich slechts eenen Machtige in den hemel erkende; maar als zoodanig beschouwde hij den God der Joden niet; deze vermocht volgens hem misschien iets in zijnen hemel, maar niets op aarde. Vgl. v. 4—5.

Sluiten