Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Et respondentibus illis, Est Dominus vivus ipse in ccelo potens, qui jussit agi septimam diem.

5. At ille ait: Et ego potens sum super terram, qui impero sumi arma, et negotia regis impleri. Tarnen non obtinuit ut consilium perficeret.

6. Et Nicanor quidem cum summa superbia erectus, cogitaverat commune trophaeum statuere de Juda.

7. Machabaeus autem semper confidebat cum omni spe auxilium sibi a Deo af futurum:

8. Et hortabatur suos ne formidarent ad adventum nationum, sed in mente haberent adjutoria sibi facta de coelo, et nunc sperarent ab Omnipotente sibi affüturam victoriam.

9. Et allocutus eos de lege, et prophetis, admonens etiam certamina, quae fecerant prius, promptiores constituit eos:

10. Et ita animis eorum erectis simul ostendebat gentium fallaciam, et juramentorum prajvaricationem.

11. Singulos autem illorum armavit, non clypei, et hasta? munitione, sed sermonibus optimis, et exhortationibus, exposito digno fide somnio, per quod universos laBtificavit.

4) Waarom Nicanor zijn plan om op den sabbatdag een gevecht te leveren (v. 1) niet kon ten uitvoer leggen, wordt noch hier noch I Mach. VII vermeld. Waarschijnlijk is dan ook hier niet dat plan bedoeld, maar drukt de schrijver hier vooraf in het kort uit, wat in v. 6—28 uitvoeriger verhaald wordt omtrent Nicanor's vernedering en ondergang.

') Gr.: «een algemeen zegeteeken over de metgezellen van Judas». Hij

4. En toen zij hem antwoordden: De levende Heer, machtig in den hemel, is het, die bevolen heeft den zevenden dag te vieren,

5. zeide hij: En ik ben een machtige op aarde en ik geef bevel de wapenen te nemen en den dienst des konings te vervullen. Intusschen slaagde hij er niet in, zijn plan ten uitvoer te leggen4).

6. Nicanor dan, die zich in overgrooten trots verhief, had gedacht een algemeen zegeteeken over Judas5) op te richten.

7. De Machabeër daarentegen hoopte steeds met alle vertrouwen, dat hem van Godswege hulp zou verleend worden,

8. en hij spoorde de zijnen aan om niet te vreezen bij het aanrukken der heidenen, maar om aan den herhaalden bijstand te gedenken, die hun uit den hemel geworden was6), en nu te hopen, dat de overwinning hun zoude verleend worden door den Almachtige.

9. En terwijl hij hun over de Weten de profeten sprak en hun de gevechten in herinnering bracht, die zij vroeger geleverd hadden, maakte hij hen stoutmoediger.

10. En nadat hij zoodoende hunne gemoederen had opgebeurd, wees hij tevens op de arglist der heidenen en het schenden der eeden7).

11. En hij wapende ieder van hen, niet met een uitrusting van schild en lans, maar met uitmuntende woorden en aansporingen, en door het verhalen van eenen geloofwaardigen droom8), waardoor hij allen met vreugde vervulde.

wilde namelijk eene algemeene slachting onder hen aanrichten en daardoor zijnen naam vereeuwigen. •) Vgl. XIV 15.

') Vgl. I Mach. VI 62; II Mach. IV 34; V 25; XII 3.

") Gr.: «een zekere ware verschijning»; dus geen gewone droom, maar een gezicht of visioen, waardoor aan Judas een gebeurtenis geopenbaard werd, die voor het oog der menschen verborgen bleef.

Sluiten