Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Erat autem hujuscemodi visus: Oniam, qui fuerat summus sacerdos, virum bonum et benignum, verecundum visu, modestum moribus, et eloquio decorum, et qui a puero in virtutibus exercitatus sit, manus protendentem, orare pro omni populo Judaeorum: Supra III1.

13. Post hoe apparuisse et alium virum aetate, et gloria mirabilem, et magni decoris habitudine circa illum:

14. Respondenten» vero Oniam dixisse: Hio est fratrum amator, et populi Israël: hic est, qui multum orat pro populo, et universa sancta civitate, Jeremias propheta Dei.

15. Extendisse autem Jeremiam dextram, et dedisse Judas gladium aureum, dicentem:

16. Accipe sanctum gladium munus a Deo, in quo dejicies adversarios populi mei Israël.

17. Exhortati itaque Judae sermonibus bonis valde, de quibus extolli posset impetus, et animi juvenum confortari, statuerunt dimicare et confligere fortiter: ut virtus de negotiis judicaret, eo quod civitas sancta, et templum periclitarentur.

18. Erat enim pro uxoribus, et filiis, itemque pro fratribus, et cognatis minor sollicitudo: maximus vero et primus pro sanctitate timor erat templi:

12. Het droomgezicht nu was van dezen aard: Onias, die hoogepriester geweest was, een man, goed en zachtzinnig, statig van voorkomen, zedig van levenswandel en deftig van taal, en die zich van kindsbeen af in de deugden geoefend had, bad met uitgestrekte handen voor het geheele volk der Joden9).

13. Daarna was nog een andere man verschenen, bewonderenswaardig door ouderdom en heerlijkheid en door de groote statigheid, die hem omgaf10).

14. Onias nu had tot bescheid gezegd: Dit is de vriend der broeders en van het volk Israël; dit is degene, die veel bidt voor het volk en de geheele heilige stad, Jeremias, de profeet Gods.

15. En Jeremias had de rechterhand uitgestrekt en aan Judas een gouden zwaard gegeven, zeggende:

16. Ontvang het heilig zwaard11) als een geschenk van God, waarmede gij de vijanden van mijn volk Israël zult nedervellen.

17. Aldus aangespoord door de uitstekende woorden van Judas, die geschikt waren om de geestdrift te verheffen en den moed der jongelingen te versterken, besloten zij kloekmoedig te vechten en slag te leveren, opdat de dapperheid over de zaken zou beslissen, aangezien de heilige stad en de tempel gevaar liepen.

18. Want er bestond minder bezorgdheid voor echtgenooten en kinaeren en insgelijks voor broeders en bloedverwanten, daarentegen een overgroote en eerste vrees voor de heiligheid des tempels11).

*) Onias III namelijk, dien Judas I

vroeger gekend had. vgl. lil l en IV 34 en 37. Uit het hier verhaalde blijkt, hoe vast Judas en zijn tijdgenooten geloofden aan de kracht van het gebed, dat de in Gods vrede gestorvenen verrichten voor de menschen, die nog hier op aarde zijn.

10) Gr.: «en dat de hem omringende majesteit iets wonderbaars en over¬

heerlijks was».

") Het zwaard wordt hier heilig genoemd, omdat het aan Judas van Godswege gegeven werd en het een zinnebeeld was van de hulp, die hem verleend werd om met goed gevolg voor de heilige zaak van den godsdienst te strijden.

**) Zij vreesden, dat Nicanor zijne bedreiging ten opzichte van den tem-

Sluiten