Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

GOD BESTAAT EN ALLE MENSCHEN MOETEN HEM DIENEN.

We probeeren in deze uiteenzetting, die niet meer kan zijn dan een schets, de essentieele lijnen vast te leggen, zoodat zij ten minste een zuiver, al is 't dan niet een volledig beeld zal geven van de katholieke zienswijze.

Als een philosoof of theoloog in de Middeleeuwen de stelling: God bestaat — verdedigde, wist hij zijn con* clusie algemeen aanvaard en de felste kritiek bedoelde slechts een weerlegging van de bewijsvoering, niet een ontkenning van het besluit. Sedert de Renaissance echter moet de belijder van het Godsbestaan rekenen op atheïstische tegenspraak. Beschouwde men voor dien tijd de loochening van God als een zoo absurde dwaling, dat zij op rekening van verstandsverbijstering werd ge* schoven, nu zijn er velen, die de godloochening erken* nen als één der voornaamste winsten van den voortgang der kuituur.

Toch is het Atheïsme ook nu nog minder verbreid dan een luidruchtige propaganda zou doen vermoeden. Le Dantec geeft toe, dat er maar heel weinig werkelijke godloochenaars zijn en hij bekent: velen noemen zich atheïst zonder te weten wat dit beteekent. Niemand mag het Agnosticisme zonder meer atheïstich noemen, want al onttrekt dit het supra*experimenteele aan het bereik der menschelijke rede, het geeft daarmee door* gaans God niet prijs, maar zoekt andere wegen om het Goddelijke te benaderen. Ook wij katholieken moeten met de qualificatie van atheïst minder vrijgevig zijn dan

Sluiten