Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baarheid van de stelling: al wat is heeft een oorzaak — aldus aantoonen. Wanneer aan een ding volgens iden* titeit iets toekomt, blijkt de vraag naar een oorzaak ongerijmd. Wie kan redelijk vragen naar de oorzaak, waardoor de cirkel rond, waardoor de driehoek drie* hoekig is? Het waarom wordt hier niet beantwoord met het aangeven van een oorzaak — iets anders, waar* van het ding afhankelijk is —, maar het ding zelf ver* antwoordt waarom het zoodanig is. De cirkel is rond, de driehoek driehoekig, doordat ze zelf in en uit zich zelf zoo zijn. Eerst wanneer aan een ding iets toekomt als een toevoegsel — volgens deelhebbing — en niet vol* gens identiteit heeft het zin het waarom te beantwoor* den met een oorzaak. Er is een oorzaak waarom hout rond, waarom koper driehoekig is. Dat rond zijn wordt aan het hout, het driehoekig zijn aan het koper toe* gevoegd. Zij zijn niet zoodanig in en uit zich zelf — volgens identiteit. Daar alleen datgene, wat volgens deelhebbing iets is, een oorzaak vraagt en dat, wat vol» gens identiteit iets is, als zoodanig geen oorzaak eischt, strekt de formuleering: al wat is heeft een oorzaak — zich te ver uit en moet ze beperkt worden tot de for* mule: al wat volgens deelhebbing is heeft een oorzaak.

Aldus wordt het duidelijk, dat niemand het begrip van een volstrekt onveroorzaakte oorzaak als tegen* strijdig en onzinnig mag verwerpen. De boven geciteer* de uitspraak van Schopenhauer, waarin hij willekeurige behandeling der causaliteitswet afwijst, geeft zijn eigen willekeur bloot, want niet de oorzakelijkheidswet, maar alleen Schopenhauer, vordert voor iedere oorzaak een andere voorafgaande.

Op nog andere wijze wordt de geldigheid van het be*

Sluiten